Russisch-Oekraïense Oorlog: Russkii mir en het idee van een rechtvaardige en heilige oorlog

Op 24 februari 2022 opende Rusland zonder directe aanleiding een militaire aanval op buurland Oekraïne. In feite is de oorlog de escalatie van het Russisch-Oekraïense conflict dat in 2014 is begonnen met de annexatie van de Krim door Rusland. Ter rechtvaardiging van de invasie betwistte Vladimir Poetin het zelfbeschikkingsrecht van Oekraïne. Tevens beweerde hij dat deze ‘speciale operatie’ – zoals Poetin en zijn politieke establishment de oorlog noemen – de demilitarisering en de denazificatie van Oekraïne tot doel had. Het land zou bestuurd worden door extreem-nationalistische politici die misdaden hebben gepleegd tegen Russischsprekende Oekraïners en etnische Russen in Oekraïne, aldus Poetin.

Toen men dacht dat de Russische rechtvaardiging van de oorlog niet bedrieglijker en schokkender kon, stemde patriarch Kirill, het hoofd van de Russisch-Orthodoxe Kerk, zijn discours af op de oorlogsretoriek en de politieke agenda van het Kremlin door de militaire agressie in Oekraïne te ondersteunen, zegenen en rechtvaardigen. In een preek op 6 maart 2022 liet patriarch Kirill alle voorzichtigheid varen en zegende hij de oorlog door te zeggen dat de militaire interventie de strijd aanbindt met de externe en duistere krachten van de westerse liberale wereld, waaraan de Oekraïners zich hebben overgegeven. Sinds februari geeft patriarch Kirill het militaire conflict vorm in termen van een metafysisch gerechtvaardigde en heilige oorlog tussen de krachten van het goede (Rusland en zijn traditionele morele waarden) en de krachten van het kwade (de westerse wereld en zijn liberale waarden). Het idee dat er een rechtvaardige, of zelfs heilige oorlog kan bestaan is niet nieuw in Moskou. Het in 2000 door het patriarchaat van Moskou uitgegeven sociaal document verdedigt een dergelijk idee, ook al wordt het door andere Orthodoxe kerken en theologen sterk betwist. In plaats van zijn positie te gebruiken om de oorlog te stoppen en vrede te brengen, rechtvaardigt Kirill het huidige militaire conflict in Oekraïne door te beweren dat de agressor niet Rusland is, maar het Westen met zijn onchristelijke waarden die in Oekraïne geïnfiltreerd zijn en een ernstige bedreiging vormen voor de religieuze en culturele ruimte van wat hij omschrijft als Russkii mir (Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne).

Rechtvaardige en heilige oorlog in het sociale document van het patriarchaat van Moskou (2000)

In augustus 2000 publiceerde de bisschoppenraad van de Russisch-Orthodoxe Kerk het document met de titel De grondslagen van het sociale concept van de Russisch-Orthodoxe kerk. Het was de eerste keer dat de Russisch-Orthodoxe Kerk een uitgebreid document aannam. Hierin werden de meest relevante politieke en sociale kwesties van het eind van de 20ste en het begin van de 21ste eeuw behandeld. De huidige patriarch van de Russisch-Orthodoxe Kerk, Kirill Gundyaev, destijds metropoliet van Smolensk en Kaliningrad, was in zijn vorige functie als hoofd van de afdeling Externe Kerkrelaties rechtstreeks betrokken bij de totstandkoming van het document. Hoofdstuk VIII, getiteld ‘Oorlog en vrede’, beschrijft in vijf paragrafen het standpunt van de Russisch-Orthodoxe Kerk over militaire conflicten en stelt dat het de grondbeginselen van de Orthodoxe traditie weerspiegelt.

De sociale verklaring aarzelt niet om in de eerste regels van hoofdstuk VIII te benadrukken dat: “…oorlog een fysieke manifestatie is van de ziekte van de mensheid…” (§ VIII.1). Zij vervolgt, in dezelfde paragraaf, met de uitspraak dat: “…oorlog het kwaad is. Net als het kwaad in de mens in het algemeen, wordt oorlog veroorzaakt door het zondige misbruik van de door God gegeven vrijheid.” Het document vervolgt echter met enkele verduidelijkingen van bovengenoemde uitspraken. Het stelt dat: “…hoewel de Kerk oorlog als kwaad erkent, zij haar kinderen niet verbiedt aan vijandelijkheden deel te nemen als de veiligheid van hun buren en het herstel van vertrapte gerechtigheid op het spel staan.” In de hierop volgende paragrafen biedt het document een uitwerking van het idee van de rechtvaardige oorlog, waarin verwezen wordt naar de geschriften van Augustinus. Het sociale document stelt een oorlog ter verdediging van het christelijk geloof en de moraal voor als rechtvaardig en gezegend. In § VIII.3 verdedigt het sociale document expliciet de theorie van de rechtvaardige oorlog. Het document verwijst naar de Bijbelse tekst: “Zij die het zwaard opnemen, zullen door het zwaard omkomen.” (Mattheus 26:52) met de bewering dat “…deze woorden van de Verlosser het idee van de rechtvaardige oorlog rechtvaardigen.” De verwijzingen naar de dialoog tussen de heilige Cyrillus (de broer van de heilige Methodius) en een moslimgeleerde, waarin de eerste “Christus liefhebbende soldaten [die] onze heilige Kerk met wapens in hun hand beschermen” worden verheerlijkt (§ VIII. 2), ondersteunen het idee van een heilige oorlog. In de toespraken en preken van patriarch Kirill na 24 februari werd de retoriek van de rechtvaardige en heilige oorlog, die wortelt in het sociale document, ingezet om het Russische volk te doordringen van het idee dat hetgeen in Oekraïne gebeurt moreel gerechtvaardigd is en een nobel en heilig doel dient. De Russisch wereld en beschaving, waarbij Oekraïne als integraal onderdeel wordt beschouwd van Rusland, dient bescherming en bevrijding te worden van kolonisatie en onderwerping door het agressieve westerse liberalisme en secularisme.

De leer van Russkii mir 

Patriarch Kirill tijdens de uitreiking van de Orde van Sint-Andreas de Eerstgeroepene. ©www.kremlin.ru

De doctrine van de Russische wereld of Russkii mir is het belangrijkste narratief dat door patriarch Kirill gebruikt is om de oorlog in Oekraïne te rechtvaardigen en mensen aan te sporen om te vechten voor zijn superieure, heilige en wereld reddende zaak. De doctrine is niet ontwikkeld in de context van de oorlog, maar is al veel ouder en maakt het militaire conflict mogelijk in termen van een rechtvaardige en heilige oorlog. In het kort verwijst Russkii mir naar een “transnationale Russische sfeer of beschaving, genaamd Heilig Rusland of Heilige Rus’, die Rusland, Oekraïne en Wit-Rusland (en soms Moldavië en Kazachstan) zou omvatten, evenals etnische Russen en Russischtaligen in de hele wereld”[1] die een gemeenschappelijke christelijk-orthodoxe spiritualiteit, moraal en cultuur zouden delen, tegenover de waarden van de westerse wereld (bevordering van de rechten van de lhbti-gemeenschap, evenals individualisme, atheïsme, secularisme, pluralisme en globalisme).

Volgens patriarch Kirill is het goddeloze Westen met zijn corrupte agenda een existentiële bedreiging voor de integriteit en stabiliteit van de Russische wereld, welke wordt gezien als hoeder van de moraal en verdediger van authentieke en traditionele christelijke waarden. Na 2014 heeft Oekraïne voortdurend geprobeerd om zich uit de Russische baan te verwijderen en een door buitenlandse waarden en anti-Russische gevoelens gevormde identiteit te omarmen. Daarom moet de militaire interventie van ganser harte worden gesteund; zowel als een campagne tegen het gedegenereerde Westen als een campagne vóór de redding van het heilige Rusland en zijn volk. Aan de Russische wereld is namelijk een eschatologische en messiaanse rol toebedeeld: zich verzetten tegen de immorele en vervreemdende krachten van de westerse seculiere wereld.

De grote zonde van de Russkii mir-doctrine is dat het geenonderscheid maakt tussen het Koninkrijk van God en de koninkrijken van deze wereld, waardoor een specifieke cultuur een messiaanse rol vervult. Russkii mir is de promotie van een mythe van zuiverheid die wordt toegeschreven aan een politiek systeem en een natie. Deze mythe van zuiverheid hanteert een dualistisch wereldbeeld, waarin alles verdeeld wordt tussen goed en kwaad. Het kwaad is altijd de ander, de vijand, het niet-Russische volk, het Westen. Bovendien voedt het een vorm van determinisme dat zich verzet tegen diversiteit, menselijk handelen, verandering en evolutie. Russen construeren een vastomlijnde identiteit voor de Oekraïners en voor zichzelf, gedefinieerd door bepaalde waarden die altijd deel uit moeten maken van wie zij zijn, ongeacht wat de Oekraïners daadwerkelijk zijn en willen.

Wanneer religie wordt gepolitiseerd om kwade doelen te dienen, kan religie ook worden gebruikt om diens verdraaiingen tegen te gaan. Het standpunt van de patriarch van Moskou over de Russisch-Oekraïense oorlog kan langs verschillende lijnen bekritiseerd worden. Zoals uit bovenstaande paragraaf blijkt, kan Russkii mir ontmaskerd worden als een totalitaire ideologie die religie en Orthodoxie verdraait om haar eigen agenda te bevorderen. Bovendien moet de omarming van het idee van een rechtvaardige en heilige oorlog vanuit de Orthodoxie worden bekritiseerd, omdat het geen getrouwe weergave is van de traditie van het Oosters christendom inzake oorlog. Een andere benadering van oorlog wordt geboden door het sociale document van het Oecumenisch Patriarchaat.

Het Sociaal Document van het Oecumenisch Patriarchaat (2020)

Het idee van een rechtvaardige of heilige oorlog wordt indirect aangevochten[2] door het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel in diens sociaal document: ‘For the Life of the World: Towards a Social Ethos of the Orthodox Church.’ Het document behandelt het onderwerp oorlog in hoofdstuk V, dat is getiteld ‘Oorlog, vrede en geweld’. Dit hoofdstuk opent met de gedachte dat “…het geweld dat opzettelijk wordt gepleegd door rationele mensen, vooral wanneer het op grote schaal wordt georganiseerd en vervolgd als oorlog tussen volkeren of naties, de vreselijkste manifestatie is van de heerschappij van zonde en dood in alle dingen … Alle menselijk geweld is in zekere zin rebellie tegen God” (§ 41). De volgende paragraaf wijst erop dat “…geweld de zonde bij uitstek is. Het is de volmaakte tegenstelling tussen onze geschapen natuur en onze bovennatuurlijke roeping om te streven naar vereniging in liefde met God en onze naaste.”

Het document zegt verder dat “de Orthodoxe kerk, historisch gezien, niet heeft aangedrongen op een strikt pacifistisch antwoord op oorlog, geweld en onderdrukking.” Maar “de Orthodoxe kerk heeft ook nooit een soort ‘rechtvaardige oorlogstheorie’ ontwikkeld die vooraf en op grond van een reeks abstracte beginselen het gebruik van geweld door een staat wil rechtvaardigen en moreel goedkeuren wanneer aan een reeks van algemene criteria wordt voldaan. In feite zou het nooit kunnen verwijzen naar een oorlog als ‘heilig’ of ‘rechtvaardig’”(§ 46; cursivering van mij). Voor het Oecumenisch Patriarchaat erkent de Orthodoxe kerk “de onontkoombare tragische realiteit dat de zonde soms een hartverscheurende keuze vereist tussen het laten voortduren van geweld of het gebruik van geweld om dat geweld te beëindigen, ook al houdt zij nooit op om voor vrede te bidden, en ook al weet zij dat het gebruik van dwangkracht altijd een moreel onvolkomen antwoord is op elke situatie” (§ 47). Hoewel er in de geschiedenis van het Oosters christendom situaties hebben plaatsgevonden waarin de oorlog door individuele leden is verheerlijkt, heeft de Orthodoxe kerk geen officiële doctrine onderschreven die de mogelijkheid van een rechtvaardige of heilige oorlog toelaat. Volgens het sociale document uit 2020 “ziet de Orthodoxe kerk, zelfs in die zeldzame situaties waarin het gebruik van geweld niet absoluut verboden is, toch de noodzaak van geestelijke en emotionele genezing bij alle betrokkenen” (§ 47). Geweld is altijd schadelijk in de relatie tot God, de medemens en de rest van de schepping. Het feit dat Basilius van Caesarea “een soldaat die tijdens een verdedigingsoorlog doodt, maar zelf geen opzettelijke ‘moordenaar’ is”, aanraadt “zich van de eucharistie te onthouden en boete te doen” (§ 47), laat zien dat oorlog een onvermijdelijk alternatief kan zijn. Het blijft echter altijd iets kwaads.

In de context van de Russisch-Oekraïense oorlog is de boodschap van het sociale document van het Oecumenisch Patriarchaat dat er geen theorie mag bestaan die de oorlog moreel goedkeurt, omdat deze altijd een slechte daad blijft. Het vredesideaal blijft de norm; elke poging, zoals die van patriarch Kirill, om oorlog te veranderen in iets ‘goeds’, ‘rechtvaardigs’ of ‘heiligs’ verraadt de principes en de praktijk van het Oosters christendom. De Russische patriarch zou vrede tussen de twee naties (Oekraïne en Rusland) moeten prediken, en in zijn homilieën en openbare redevoeringen zou hij moeten wijzen op de verwoestende geestelijke gevolgen van oorlog.


[1] Zie Redactie Public Orthodoxy, ”A declaration of the ‘Russian World (Russkii mir) teaching’ <https://publicorthodoxy.org/2022/03/13/a-declaration-on-the-russian-world-russkii-mir-teaching/> [geraadpleegd op 14 oktober 2022].

[2] Het sociale document van 2020 verwijst niet naar het soortgelijke document van het patriarchaat van Moskou uit 2000.

Auteur

  • Viorel Coman

    Theoloog, senior postdoc aan de Theologische Faculteit van de Katholieke Universiteit Leuven. Zijn huidige onderzoek richt zich op André Scrima en de oecumene.

Deze website maakt gebruik van cookies om inzicht te krijgen in websiteverkeer en gebruikers van de website.