Een koptische blik op de moderniteit

Op 17 oktober jongstleden gaf Johannes Makar, gastonderzoeker aan het Instituut voor Oosters Christendom (IvOC), een lezing getiteld ‘Are we not one body in Him?: Copts between Ecumenicism and Orthodox Ecclesiology in Colonial Egypt (ca. 1882-1900)’. In deze lezing legde Makar uit hoe koptische intellectuelen omgingen met kwesties als oecumene en interkerkelijke rivaliteit, onder meer met betrekking tot de anglicaanse-, Grieks-orthodoxe- en rooms-katholieke kerk.

Makar is onder begeleiding van zijn promotor Malika Zeghal promovendus aan de Universiteit van Harvard. In 2023-2024 zal hij daar zijn proefschrift ‘Coptic Reform and the Quest for Nationhood in Late Ottoman Egypt (1856-1910)’ verdedigen. Met zijn doctoraat werpt Makar een nieuwe blik op de opkomst van het moderne Egypte. Volgens Makar is er weinig bekend over koptische bijdragen aan intellectuele en politieke ontwikkelingen in Egypte. Veeleer zijn Kopten bekend als slachtoffers van sektarisch geweld. Met zijn onderzoek hoopt hij hierin verandering in te brengen. Volgens Makar is het belangrijk dat we de moderne Egyptische geschiedenis met een koptische bril benaderen. “Als de grootste christelijke gemeenschap in Egypte – en vandaag in het gehele Midden-Oosten – biedt de Koptische geschiedenis een uniek en onmisbaar perspectief op de opkomst van de moderne Egyptische maatschappij.”

Foto van Johannes Makar

Makar focust in zijn proefschrift op verscheidene intellectuele ontwikkelingen die hij bij aanvang van zijn lezing beschreef. Zo bestudeert hij bijvoorbeeld de ontwikkeling van de koptische geschiedschrijving in de late 19de eeuw. In toenemende mate begonnen Egyptenaren in deze periode hun geschiedenis te verhalen. Makar analyseert de wijze waarop kopten hiermee omgingen en de geschiedenis mobiliseerden in toenmalige politieke hervormingsdebatten. In een ander hoofdstuk gaat Makar in op de rol die kopten speelden in de modernisering van de Arabische en koptische taal – een kwestie met belangrijke gevolgen voor de religieuze en nationale identiteit van Egyptenaren.

In zijn lezing baseerde hij zich op het vierde hoofdstuk van zijn dissertatie. Hierin bestudeerde Makar de intellectuele uitwisselingen die plaatsvonden tussen kopten en anglicanen. In het jaar 1882 vond in Egypte de zogenaamde Urabi-opstand plaatst, een nationalistische revolte die ongewenst uitmondde in de Britse kolonisatie van Egypte. Vanaf 1882 tot 1956 vestigde Engeland hiermee zijn invloed op Egypte. De Anglicaanse Kerk zag de Britse overheersing als een speling van de voorzienigheid om weer contact te leggen met de lokale christenen. In 1883 richtte ze de Vereniging voor de Bevordering van het Christendom in Egypte (AFCE) op. De anglicaanse kerk wenste hiermee de uitwisseling van kennis te promoten. Daarvoor zag de anglicaanse kerk in eerste instantie in de Grieks-orthodoxe kerk te Alexandrië een gesprekspartner. De koptische kerk werd daarentegen nog in 1892 als ‘de verloren zoon’ betiteld.

Zijn onderzoek in de archieven maakt duidelijk hoe weinig de anglicanen wisten van de kerken die zij bezochten. Voor westerse academici bleef ‘christelijk Egypte’ een waar ‘terra incognita’. Een vroege bron in het Engels was The Ancient Coptic Churches of Egypt (1884) door Alfred Butler, die in 1883 voor het AFCE afreisde naar Egypte. Hoewel vertalingen van koptische werken eerder plaatsvonden en de Koptische taal al een lange tijd bestudeerd werd in Europa, publiceerde westerse geleerden past later diepgaande studies over de geschiedenis en theologie van de koptische kerk. Sommige van deze werken, zoals Edith Butchers Story of the Church of Egypt, oefende een belangrijke invloed uit op de Koptische geschiedschrijving. Makar toont in zijn onderzoek aan hoe belangrijk het is om veranderingen in de historiografie te onderzoeken. Hoewel de geschiedenisbeschrijving zich in principe strikt tot het verleden beperkt, weerspiegelt ze vaak contemporaine maatschappelijke belangen. De kerkelijke competitie en de vroege oecumenische relaties laten zich hierin zien als momenten van kerkelijke zelfdefinitie.

Zijn lezing gaf aanleiding tot vele geïnteresseerde en verdiepende vragen vanuit het publiek, onder meer over het vermeende insulaire karakter van de koptische kerk; de betekenis van de het woord ‘Kopt’ dat in de middeleeuwen gebruikt werd om de oorspronkelijke bewoners van Egypte aan te duiden; dat de rooms-katholieke kerk door andere christelijke kerken als een grote opponent gezien werd; dat de koptische Kerk als representant van de monofysitische ketterij werd gezien door de anglicaanse Kerk; dat de Koptische Kerk een apostolische kerk is die zijn ecclesiologie gegrond ziet in de evangelist Sint-Marcus.

Openingsfoto: afbeelding van een Ethiopische icoon uit de nalatenschap van Piet Al.

Auteur

Deze website maakt gebruik van cookies om inzicht te krijgen in websiteverkeer en gebruikers van de website.