Nu toch geen eenheid, maar ‘kerkvervolgingen’? Nieuwe ontwikkelingen bij de orthodoxe kerk in Oekraïne

‘De Oekraïense veiligheidsdienst SBOe heeft meer dan 350 kerkgebouwen doorzocht in een onderzoek naar staatsondermijnende activiteiten. De dienst vreest dat de parochies van de Russisch-Orthodoxe Kerk worden gebruikt om pro-Russische geluiden te verkondigen en onderdak te bieden aan personen die verdacht worden van nauwe banden met Rusland.’ Hiermee begint een nieuwsbericht op de website van de NOS, gedateerd op 23 november dit jaar. Sinds die tijd waren er ook in Westerse media vaker meldingen over acties van de Oekraïense overheid en geheime dienst tegen Orthodoxe kerkgebouwen van de – foutief zo genoemde – ‘Russisch-Orthodoxe Kerk’ in Oekraïne.

In het centrum van de aandacht staat de Oekraïens-Orthodoxe Kerk (OeOK), onder leiding van metropoliet Onoefrij. Begin dit jaar was deze kerk nog nauw verbonden met het patriarchaat van Moskou. De achtergrond van de invallen en huiszoekingen blijft vaak mistig. De meldingen bevatten ook enkele misverstanden – beginnend met de naam.

Concurrerende kerken

De OeOK is dus een van de twee grote Orthodoxe Kerken in Oekraïne, naast de in 2019 opgerichte Orthodoxe Kerk in Oekraïne (OKOe), onder metropoliet Epifanij. In de Sovjettijd was de huidige OKOe gewoon de Oekraïense afdeling van de Russisch-Orthodoxe Kerk. Kort na de onafhankelijkheidsverklaring van Oekraïne in augustus 1991 kreeg deze afdeling vergaande autonomie toegekend: de kerk mocht haar interne kwesties zelfstandig regelen en ook haar leider, de metropoliet van Kyiv, zelf kiezen. Alleen moest deze keuze in Moskou nog bevestigd worden door de Russische bisschoppensynode, waarvan de nieuwe metropoliet ook lid werd. In de loop van de jaren ontstonden binnen deze kerk verschillende fracties. Sommigen legden meer nadruk op de zelfstandigheid van de Oekraïense kerk, anderen gaven meer betekenis aan de ideologische banden met Moskou. Naast de OeOK bestonden tot 1995 nog twee ‘nationale’ Orthodoxe Kerken in Oekraïne. De zogeheten ‘Oekraïense Autocefale Orthodoxe Kerk’ (OeAOK) was oorspronkelijk in de jaren 1920 ontstaan, en had de vervolgingen alleen in de Westerse diaspora overleefd. Nu werden kerkelijke structuren weer opgericht op het gebied van de Oekraïense staat. Een derde kerk, naast de OeOK en de weer opgerichte diasporakerk, gaat terug op het initiatief van metropoliet Filaret, die in de Sovjettijd namens de Russische kerk metropoliet van Kyiv was geweest, en die nu de autonomie, zoals deze van Moskou is toegekend, niet voldoende vond. Hij richtte een volledig onafhankelijke, Oekraïense kerk op, en noemde zich ‘patriarch van Kyiv’ (OeOK-KP). Een aantal bisschoppen van de OeOK volgden hem bij deze stap. Bovengenoemde twee ‘nationale’ kerken (OeAOK, OeOK-KP) werden, omdat de procedures van hun ontstaan in canoniek opzicht voor velen twijfelachtig leken, door wereldwijde gemeenschap van de Orthodoxe Kerken niet erkend. Einde 2018 poogt patriarch Bartholomeus van Constantinopel in de ingewikkelde situatie verbetering aan te brengen. Hij nodigde de kerken, geestelijken en leiders van alle kerken uit voor een herenigingssynode. Deze synode leidde tot de samenvoeging van de twee ‘nationale’ Orthodoxe Kerken, en zelfs enkele bisschoppen en priesters van de OeOk kwamen erbij. De grote meerderheid van de geestelijken en leiders van de OeOK wees echter de rechtmatigheid van deze synode categorisch af; hetzelfde deed het patriarchaat van Moskou. Toch ging de synode door, en koos een nieuwe metropoliet, Epifanij. Aan de herenigde kerk, die uit deze synode voortkwam, de Orthodoxe Kerk in Oekraïne (OKOe), verleende patriarch Bartholomeus in januari 2019 een tomos (een document van kerkelijke erkenning). Anders dan haar voorgangers is de nieuwe, herenigde kerk canoniek gelegitimeerd. Als gevolg bleven sinds 2019 twee grote Orthodoxe Kerken in Oekraïne over, en achter elke kerk stond een patriarchaat elders, zij het in Moskou, zij het in Constantinopel. Dit had ook effecten op de Orthodoxe Kerken wereldwijd. De relatie tussen de twee patriarchen werd na deze gebeurtenissen omschreven als ergens tussen rivaliteit en koude oorlog.

De Russische aanval leek aanvankelijk een nieuwe solidariteit te stichten tussen de kerken. Deze zomer leek het er nog op dat de twee grote kerken toch tot eenheid zouden kunnen komen, tegen de achtergrond van hun gezamenlijke lot in de oorlog. Alle Orthodoxe Kerken in Oekraïne spraken zich toen immers samen met de vertegenwoordigers van alle religies in het land unaniem uit tegen de oorlog. Metropoliet Onoefrij, hoofd van de OeOK (destijds nog met het bijvoegsel “Patriarchaat van Moskou”, noemde de oorlog al onmiddellijk na het begin van de Russische invasie “een misdaad en een broedermoord, die de zonde van Kain herhaalt”. Talloze priesters, leken en zelfs enkele bisschoppen van deze aan Moskou verbonden kerk stopten ermee om – zoals eigenlijk gebruikelijk is – patriarch Kirill in de liturgische gebeden te noemen. Ook binnen deze kerk was overal duidelijke en hevige kritiek geweest op de rechtvaardigingen voor de invasie, zoals deze vanuit Moskou, en niet in de laatste plaats in de preken van Kirill, de patriarch van de Russisch-Orthodoxe Kerk, werden uitgedragen.

Tijdens de bijzondere synode op 27 mei dit jaar heeft de ‘Oekraïens-Orthodoxe Kerk’ (OeOK) min of meer alle banden met de voormalige moederkerk in Moskou verbroken. Weliswaar bleef het vooralsnog de vraag, of dit niet vooral retoriek was. Een beslissend element bleven de statuten – wat zou er gewijzigd worden, en worden de overgebleven verwijzingen naar het patriarchaat van Moskou ook echt verwijderd? Inderdaad bestond hierover korte tijd onzekerheid. Maar zelfs nadat begin juli niet alleen de analisten onder de theologen, maar ook de nationale ‘Dienst voor Ethnopolitiek en Vrijheid van Geweten’ tot de conclusie kwamen dat er ook in de statuten, dus in juridisch opzicht, geen band met de Russische kerk meer over was gebleven, bleef de status van de OeOK onduidelijk. De kerk bleef formeel in een tussenpositie zitten tussen zelfstandigheid – door de genoemde uitbreiding van haar autonomie, welke al in 1991 door patriarch Aleksij van Moskou was toegekend – en autocefalie als volledig zelfstandige kerk. Autocefalie zou haar op dezelfde hoogte als andere nationale kerken brengen, zoals bijvoorbeeld de Orthodoxe Kerken van Roemenië of Bulgarije. Traditioneel wordt de autocefalie in de Orthodoxe wereld door een van de grote patriarchen toegekend. Een patriarch heeft zijn bijdrage geleverd, namelijk diegene van Constantinopel. De autocefalie van de concurrerende kerk, de OKOe onder metropoliet Epifanij, destijds bevestigd door Bartholomeus, is inmiddels minstens door een deel van andere kerken van de Orthodoxie wereldwijd erkend. Het patriarchaat van Moskou liet daartegenover weten, dat het de autonomie van de OKOe onder Onoefrij voldoende vond en niets moest hebben van volledige autocefalie voor de andere Oekraiense kerk – laat staan van een samenvoeging van de twee concurrerende kerken.

Dit laatste niveau van autocefalie is er dus voor de OeOK nog niet. Na 2019 was de kerkelijke situatie binnen Oekraïne ambivalent. Het kerkelijk leven liet tekenen van verzoening en pragmatisme zien, maar ook van rivaliteit. De kerkleiders en woordvoerders van de twee concurrerende kerken gingen elkaar te lijf met allerlei verwijten over gebrek aan loyaliteit, gebrek aan canonieke legitimiteit en over vermeende activiteiten ten bate van de vijand. Dat was ook destijds al Rusland, dat de aanvallen van de separatisten in het Oosten bleef steunen. De gelovigen trokken zich overigens niet veel aan van de geschillen tussen de kerkleiders. In Oekraïne was de groep van mensen die zich in peilingen als ‘gewoon Orthodox’ identificeerde altijd al groot (recent, voor de oorlog rond de 40%). Mede dankzij de Maidan-revolutie in 2014 bestaat er een pragmatische samenwerking van priesters, gelovigen en parochie van de verschillende kerken tijdens een noodsituatie, zoals deze vanaf februari 2022 weer ontstond. Dit is wel maar één kant van de medaille. Daar tegenover staan geschillen over bezit van kloosters en kerkgebouwen, strijdige overgangen van parochies van de ene jurisdictie naar de andere en wederzijdse verwijten van ‘fascisme’ of ‘groot-Russisch nationalisme’.

Nu leek het in de zomer nog dat de oorlog, die door het kerkelijk centrum in Moskou wordt gerechtvaardigd als een ‘metafysische strijd’, de oude conflicten zou helpen overwinnen en een nieuwe eenheid zou bevorderen. Alle Oekraïense gelovigen ondergaan immers hetzelfde lot en zijn slachtoffers van de Russisch-Oekraïense oorlog. Niet lang na de synode van 27 mei kwamen vertegenwoordigers van beide kerken bij elkaar en publiceerden een document van goodwill, waarin zij de intentie uitten om van de oude wederzijdse beschuldigingen af te zien en naar mogelijkheden voor een constructieve dialoog te zoeken. In puur theologische termen – dus wat bijvoorbeeld liturgie, sacramentenleer, apostolische traditie en geloofsbelijdenis betreft – zijn de verschillen tussen de twee Orthodoxe Kerken altijd al minimaal geweest. Wat betreft ecclesiologie, de leer over kerkelijke structuren en jurisdicties die van oudsher een meer politieke bijsmaak heeft, zijn er wel grotere verschillen.

Roesskij Mir

De beloftes van de situatie in mei en juni zijn niet vervuld. Dat een gezamenlijke vijand – Rusland en het aan de Russische staat verbonden patriarchaat van Moskou – een aanvullende motivatie voor de zoektocht naar eenheid zou vormen, bleek later in de zomer alweer een illusie te zijn. Het belangrijkste geschilpunt draait nog steeds om het concept van de ‘Russische Wereld’ (roesskii mir). Volgens deze ideologie zijn Russen en Oekraïners (en Wit-Russen) sinds de doop van de middeleeuwse Kievse grootvorst Vladimir (Oekraïens: Volodymyr) meer dan duizend jaren geleden altijd religieus, nationaal en cultureel nauw met elkaar verbonden geweest. Zij vormen als het ware natuurlijke broedervolken als onderdeel van een gezamenlijke beschaving, die verschilt van de wereld daaromheen (vooral het Westen).

De ideologie van de ‘Russische Wereld’ vormt ook de achtergrond van de rechtvaardiging van de oorlog door het Moskouse patriarchaat. Het hoofdargument is dat te veel zelfstandigheid van de Oekraïense staat, een onafhankelijke kerk en een oriëntatie op het zedelijk verdorven en goddeloze Westen niet te verzoenen valt met deze – volgens de ideologie van de ‘Russische Wereld’ – natuurlijke orde van zaken. Daarom zou de zelfstandigheid van Oekraïne verhinderd moeten worden volgens het patriarchaat van Moskou. Bij een meerderheid van andere Orthodoxe Kerken was er weinig begrip voor de Moskouse perspectief. De oorlog werd bijna unaniem veroordeeld. In de naam van de Wereldorthodoxie en namens Oekraïense theologen verscheen in april dit jaar een publiekelijke veroordeling van deze ideologie. Het is door de Wereldorthodoxie en door Oekraïense theologen bestempeld als een fascistoïde en nationalistische constructie, die niets te maken heeft met het Orthodoxe geloof. Ook voor Orthodoxe gelovigen is het christelijke geloof universeel en vredesgezind, en zijn nationalistische afwijkingen en de rechtvaardiging van geweld een zonde en ketterij.

Maar deze ‘Russische Wereld’ laat ook – vanuit een cultureel of politiek perspectief – verschillende interpretaties toe. Een meerderheid van de Oekraïners reageerde op deze leer altijd met hevige afkeuring, omdat hierdoor het streven naar politieke, culturele en uiteindelijk ook religieuze zelfstandigheid ondermijnd wordt. Oekraïners, ook gelovigen en kerkgangers, zetten veeleer de nadruk op het bestaan van Oekraïne als zelfstandig subject, niet alleen als speelbal van andere machten of patriarchaten (Oekraïens gebruikt het sleutelwoord ‘subjeknist’). Dit is vooral het standpunt van de ‘nationale’ OkOe en haar aanhangers. In deze zin uit zich metropoliet Epifanij, wiens preken vaak een patriottische kleur hebben. Anderzijds zijn er tot in 2021 ook altijd meer verzoenende en zachtere interpretaties van de ‘Russische Wereld’ geweest. Deze leggen de nadruk meer op cultureel erfgoed in plaats van op staatsgrenzen en machtspolitiek, en laten een bepaalde zelfstandigheid van Oekraïne toe, met haar eigen geschiedenis en staat, zolang het narratief van Russen en Oekraïners als broeders met oog op geschiedenis en religie bewaard blijft. Kiev/Kyiv mocht wel de hoofdstad van Oekraïne en residentie van een seculiere regering en parlement zijn, maar tegelijk blijven de heilige plekken in deze stad, zoals het beroemde Holenklooster, algemeen toegankelijke bedevaartsplaatsen voor Orthodoxe pelgrims uit Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne. De mythe van de ‘broedervolken’ kon bovendien de meer recente geschiedenis van de Sovjet-Unie als een op vriendschap tussen de volken gegrond imperium, en met name de Tweede Wereldoorlog (in Rusland en Oekraïne nog steeds bekend als de ‘Grote Vaderlandse Oorlog’) integreren. De grote oorlog heeft overal in de Sovjet-Unie zogenaamde heldensteden voortgebracht, die succesvol maar ten koste van veel slachtoffers verzet hebben geboden tegen de fascistische, Duitse Wehrmacht. Een daarvan werd Leningrad, later hernoemd tot Sint-Petersburg. Andere waren Kiev en Charkov (Oekraïens: Kyiv en Charkiv).

De ‘zonde van Kain’

Maar nu valt de ene broeder de andere broeder aan. Soldaten uit Rusland komen niet als pelgrims naar Kiev, maar gewapend en als aanvallers. Een heldenstad moet zich verdedigen tegen strijders uit de andere heldenstad. Dit gebeurt nu in naam van de – vermeende – verdediging van het heilige Rusland en het Orthodoxe geloof, dat zijn bastion zou hebben gevonden in de ‘Russische Wereld’. Voor een meerderheid van de Orthodoxe gelovigen in Oekraïne is deze ‘Russische Wereld’, waar ze eigenlijk nooit echt van hielden, nu onherroepelijk dood.

Voor anderen bestaat juist in deze wending van de gebeurtenissen het grote verraad. Metropoliet Onoefrijs uitspraak over de ‘zonde van Kain’ kan vanuit twee perspectieven worden geïnterpreteerd. Ook de Russische kerk noemt een oorlog een ‘broedermoord’. In de “grondslagen van een sociale leer”, in 2000 samengesteld onder regie van metropoliet Kirill van Smolensk, de huidige patriarch, wordt elke oorlog principieel veroordeeld als een ‘broedermoord’, gewoon omdat het altijd om geweld onder mensen gaat, en mensen algemeen broers en zusters zijn (hoofdstuk VIII). De volgende passage in dit document spreekt echter ook over de grote eerbied die de Russische kerk altijd zou hebben gehad voor de soldaten, die hun leven hebben gegeven ter verdediging van het moederland. Ook al staat het daar niet expliciet, de achtergrond verwijst duidelijk naar de ervaringen van de Sovjet-Unie en de Tweede Wereldoorlog, waar het vooral de Russische kerk is geweest, die als eerste tot verdediging van de ‘heilige Russische aarde’ tegen de fascisten had opgeroepen. Dit narratief komt nu in Rusland weer naar voren in de staatspropaganda en de patriottische verhalen van kerkelijke leiders. Hierdoor is er bijvoorbeeld sprake van een oorlog tegen vermeende ‘fascisten’.

Destijds vochten Russen, Belarussen en Oekraïners samen, als wapenbroeders. Het was, in een alternatieve lezing van de ‘Russische Wereld’, een van de vele uitdrukkingen van de historische verbondenheid van de Oekraïense en Russische naties. Oekraïense zelfstandigheid staat niet noodzakelijkerwijs tegenover integratie in een grotere eenheid. De ‘Russische Wereld’ betekent harmonisch nabuurschap en – in kerkelijke termen – een gezamenlijk geestelijk erfgoed, maar geen politieke dwang. De ‘broedermoord’ die nu plaatsvindt, is niet alleen een algemene, menselijke tragedie, maar ook een verraad van deze gezamenlijke traditie van weliswaar apart bestaande, maar toch nauw aan elkaar verbondene ‘broedervolken’. Sommigen binnen de OeOK konden zich ook na de uitbraak van de oorlog niet echt vrijmaken van deze alternatieve versie.

Metropoliet Onoefrij

Metropoliet Onoefrij is hiervoor een voorbeeld. Hij is een typische Oekraïner. Hij is geboren in de Westerse regio van Boekovina, een regio met grote etnische diversiteit nabij de Roemeense grens. Naast zijn Oekraïense moedertaal spreekt hij Russisch en Roemeens. Enerzijds is Onoefrij opgegroeid in een multi-etnische en multi-linguïstische omgeving. Anderzijds is hij vooral opgegroeid in de Russische monastieke traditie (in het Oosters christendom zijn parochiepriesters getrouwd, maar hogere kerkelijke functies zijn voorbehouden aan monniken). Hij behoorde begin negentiger jaren tot de geestelijke leiders die zich verzetten tegen het oprichten van een onafhankelijke, van Moskou afgescheiden, kerk in Oekraïne (die, zoals al aangeduid, na 1992 opkwam, onder de omstreden ‘patriarch’ Filaret). Hij is een empathische geestelijke leider, maar staat soms sceptisch tegenover Westerse waarden, en geldt als conservatief. Eind augustus hield hij in het Holenklooster in Kiev een ceremonie, waar hij Russische oorlogsgevangenen zegende, voordat deze in het kader van een uitwisseling van gevangenen terug naar Rusland werden gestuurd. Onoefrij liet de gevangenen weten dat deze oorlog onnatuurlijk en een grote zonde was. Hij droeg hen op om dit na hun terugkomst thuis tegen iedereen te vertellen. Deze verzoenende ceremonie, die duidelijk onder het teken van een visie op de twee ‘broedervolken’ stond, heeft in het Oekraïens openbaar leven wel sympathie, maar ook kritiek opgeroepen. Vooral werd Onoefrij verweten, dat hij de agressor niet ondubbelzinnig bij zijn naam had genoemd.

In duidelijke woorden kwam dit verwijt van bisschop Evstratij (Zorja), woordvoerder van de alternatieve OKOe. Deze kerk gebruikt voor haar zelfidentificatie een meer homogeen nationaal Oekraïens verhaal, dat vooral door de lens van vreemde heerschappij en kolonialisme tegen de lange gezamenlijke geschiedenis met Rusland en Moskou aankijkt. Inmiddels zijn, ondanks de eerder geformuleerde goed bedoelde oproepen tot een dialoog, tussen de kerken de oude stereotypes meer actief dan ooit. Dat betekent dat de OeOK voor velen nog steeds als ‘vijfde colonne’ en als geheime bondgenote van Rusland geldt, met – vermeende – tendensen tot een geestelijke ondermijning van Oekraïense zelfverdediging en verzet.

Of dat terecht is, is maar de vraag. Weliswaar zijn recent video-opnames van liturgische ceremonies verschenen, waarop in een Oekraïens klooster de verdediging van de “heilige moeder Roes” werd gehuldigd. Kort daarna begonnen politie en geheime dienst met invallen en huiszoekingen bij kloosters, gemeentes en bisschoppen. Bij sommigen bisschoppen en priesters werden geschriften gevonden die over de heilige eenheid van de Russische kerk spraken. Enkele bisschoppen in het door Rusland bezette Oosten spraken zich duidelijk uit voor de rechtvaardigheid van de Russische aanval. Ook de rol van het Holenklooster in Kiev en diens archimandriet Pavel (Lebed), die eerder bekend stond vanwege zijn pro-Russische sympathieën, is onduidelijk. Bij de tot nu toe bij de huiszoekingen gevonden geschriften en materialen is niet altijd helder, of het alleen om traditionele uitingen van verbondenheid met de Russische kerk gaat, die in oude gebedsteksten bewaard zijn gebleven, of om expliciete en politieke stellingnames in de huidige oorlogssituatie. Daar staat tegenover, dat juist de OeOK de meeste verwoestingen van kerkgebouwen heeft ondervonden door de oorlog. Ook aan het beroemde klooster van Sviatohirsk, in de regio Donbas, zijn de beschadigingen groot. Andrei Sjisjkov, een Russische theoloog en kenner van de kerkelijke ontwikkelingen in Rusland en Oekraïne, spreekt van slechts 1% van de gelovigen als ‘zwarte schapen’, terwijl de overgrote meerderheid van de gelovigen van de OeOK loyaal zijn, in het Oekraïense leger vechten, en hun landgenoten in alle opzicht ondersteunen. Velen, zoals de theoloog en professor van de Theologische Academie in Kiev, Sergii Bortnyk, willen nog steeds aan hun kerk de rol van een bemiddelaar tussen de fronten toewijzen, maar spreken inmiddels, anders dan in de enthousiaste fase in de vroege zomer, nauwelijks meer van een hereniging van Oekraïense kerken, maar van een naast elkaar bestaan in wederzijdse respect.

Bortnyk zei ook dat de OeOK het aanstaande onderzoek door de staat naar haar statuten en structuren, rustig kan afwachten – juist omdat het dan officieel kan worden vastgesteld dat er geen verbindingen naar Moskou meer zijn. Ook de priester en theoloog Cyril Hovoroen, eerder woordvoerder van de OeOK, schrijft in een blog dat het niet kan gaan over een verbod van deze kerk, maar veeleer om een ‘zuivering’ van nog bestaande ‘toxische’ elementen. Bovendien heeft de OOeK einde november op een ander synode besloten om nu de myronwijding (de wijding van de zalfolie dat voor bijvoorbeeld de wijding van bisschoppen wordt gebruikt) zelf te doen. De OOeK doet hierbij beroep op een traditie, volgens welke dat voor 1917 in het Holenklooster van Kiev al werd gedaan. Het zelfstandig uitvoeren van de myronwijding is in de Orthodoxe traditie een kenmerk van een zelfstandige (autocefale) kerk.

Maar toch is de sfeer gespannen. Dat de algemene stemming zich nu langzamerhand tegen de OeOK begint te keren, is eerst te wijten aan het feit dat de kerkleiding een passieve rol heeft gespeeld. De uitingen van pro-Russische sympathieën van geestelijken en leken zijn niet de kop ingedrukt door de geestelijke leiders van de OeOK. Het was wellicht verstandiger om nogmaals expliciet stelling te nemen tegen dergelijke uitingen. Anderzijds bestaat er algemeen een gestaag toenemende anti-Russische sfeer, waar in de steden de “Poesjkinstraat” hernoemd wordt, en een museum van de Russischtalige, in Kiev werkende schrijver Michail Boelgakov (sinds de jaren 1930 bekend door zijn roman De Meester en Margarita) wordt gesloten. Andersom gebruikt het patriarchaat in Moskou de invallen en huiszoekingen vaak als aanleiding om opnieuw van ‘kerkvervolging’ te spreken.

Er is hoop dat de situatie niet verder escaleert. Dat de OeOK in Oekraïne volledig en als geheel wordt verboden, is om meerdere redenen niet waarschijnlijk. Een van de belangrijkste redenen is dat in Oekraïne de religieuze gemeenschappen niet als een overkoepelend orgaan worden geregistreerd, maar enkel de lokale communiteiten, zoals parochies, kloosters en dergelijke. Hoewel een klooster of parochie gesloten en een geestelijke strafbaar gesteld kan worden, verondersteld dat daarvoor een juridische basis is, is een algeheel verbod van een religieuze gemeenschap niet mogelijk. Ook zou een dergelijke stap geen teken zijn van politieke slimheid. De OeOK heeft met haar ruim 12.000 parochies in het land waarschijnlijk het grootste aantal gelovigen achter zich (dit in vergelijking met ongeveer 6000-7000 parochies van de OKOe). Het gaat dus zeker niet om een minderheid.

Maar toch worden de tijden voor de OeOK moeilijker. Op 6 december, heeft de ministerraad van Oekraïne de voorzitter van de ‘Dienst voor Ethnopolitiek en Vrijheid van Geweten’, Olena Bohdan, ontslagen. Bohdan, socioloog en professor aan de befaamde Mohyla-Academie in Kiev, heeft samen met haar medewerkers haar best gedaan om de beladen religieuze conflicten in de Oekraïense samenleving te de-escaleren. Inmiddels werd de onafhankelijk agerende dienst aan de president onderschikt gemaakt, en voorzien van een nieuwe voorzitter, Viktor Jelenskyj. Jelenskyj staat bekend als een deskundige socioloog en religiewetenschapper, maar ook als een felle aanhanger van een nationale, niet aan Rusland verbonden Orthodoxie, en van de alternatieve OKOe. Van hem is minder strikte neutraliteit te verwachten. Jelenskyj werkt nu ook als adviseur voor president Zelenskij in religieuze aangelegenheden.

Zelenskij heeft zijn oorspronkelijke, neutrale koers in zake religiepolitiek inmiddels laten varen. “Wij garanderen voor onze staat volledige onafhankelijkheid. Met name, geestelijke onafhankelijkheid. Wij zullen nooit en niemand toestaan om een imperium binnen de Oekraïense ziel in te richten”, liet hij in een video-toespraak op 1 december weten. Tegelijkertijd heeft de nationale veiligheidsraad opdracht gegeven tot het uitwerken van een wetvoorstel dat de activiteiten van religieuze instellingen die contacten onderhouden met buitenlandse, vijandige instituten strafbaar zou stellen. Ook kreeg de eigenlijk al sinds jaren gevoerde discussie over de ‘juiste’ datum voor kerst recent een nieuwe dynamiek. De Russische kerk en de OeOK vieren kerstmis volgens de oude Juliaanse kalender op 7 januari, vele andere Orthodoxe Kerken hebben de kerstdatum in de loop van de 20ste eeuw al aangepast. Vooralsnog hebben de verschillende kerken toegestaan, dat op beide data een kerkdienst mag worden gevierd.

Einde december volgden nieuwe geschillen rondom het Holenklooster in Kiev. Het grote complex van gebouwen is – zoals alle kerken en kloosters op Oekraïens grondgebied – formeel in bezit van de staat. Kerken worden algemeen door de staat ter beschikking gesteld aan religieuze gemeenschappen, op basis van bijvoorbeeld pachtovereenkomsten. Dat was ook bij het Holenklooster het geval: een deel van het grote areaal bleef een museum, een ander deel was ter beschikking gesteld aan de OeOK, en bevatte kerken, kloostergebouwen en een theologische academie. Voor twee van de kerken, daaronder de bekende Ontslapenis van de Moeder Gods-Kathedraal (Oespenskij Sobor) in het centrum van het complex, werd begin 2023 de pachtovereenkomst niet verlengd. Begin januari werd de kathedraal aan de concurrerende OKOe overgedragen – voor het Orthodoxe kerstfeest.

Dit is een zorgwekkende ontwikkeling. President Zelenskij werd drie jaren geleden juist vanwege zijn neutraliteit in dit opzicht – hij is zelf van joodse afkomst – als president gekozen, in tegenstelling tot zijn voorganger Petro Porosjenko, die de verkiezingscampagnes voerde met slogans zoals: “Een volk, een leger, een geloof.” Een meerderheid van Oekraïners koos destijds in plaats van kunstmatige homogeniteit vooral voor vrede tussen de religies, wat ook als een kenmerk van de Oekraïense nationale traditie en van de geschiedenis van een grensland kan worden gezien. Misschien is dat nog steeds de wens van een meerderheid. Maar in tijden van oorlog komt, helaas, ook tolerantie en de vrede tussen de religies in het gedrang.

Openingsfoto: kerk in Oekraïne ©Wikimedia Commons: President.Gov.UA

Auteur

Deze website maakt gebruik van cookies om inzicht te krijgen in websiteverkeer en gebruikers van de website.