Het klooster als anker van de Suryoyo-identiteit

Portret van het Syrisch-orthodox klooster Mor Efrem in Glane.

Op weg naar het Mor Efrem Klooster bel ik de fotografe. Ze klinkt enthousiast. Ze was er ’s middags al om rond te kijken. Een oude monnik in een rolstoel gaf haar zomaar een handgeschreven Bijbel. Even later kwam een jongen op een fatbike aanrijden en bood een rondleiding aan. ‘Niemand wilde iets van me,’ zegt ze. ‘Het was een onverwacht warme ervaring.’

Die avond gaan we naar de vesperdienst: een korte avonddienst in een voor mij onbekende taal. Later begrijp ik dat het om klassiek Syrisch gaat, een dialect van het Aramees, verwant aan het Aramees uit de tijd van Jezus. Twee kleine koren zingen unisono, links en rechts in de kerkzaal, elk bestaande uit een paar jongeren. Een monnik stapt soms naar voren om te bidden. De dienst duurt twintig minuten.

Ik spreek met enkele jongeren; ze hebben allemaal een Twents accent. Met een paar van hen – Alexander, Yunus, Benjamin – loop ik vervolgens door de kloostergangen. We stappen een ruimte binnen vol portretten van bisschoppen en patriarchen. In het midden staat een tafel met een grote snoeppot. De pot wordt naar mij toe geschoven; ik kom er niet onderuit. Met iets zoets in de mond komt het gesprek op gang.

Gastarbeiders

‘Van oorsprong was dit het St. Olafklooster,’ vertelt Alexander Karabet (24). De Noorse zusters hebben het in 1911 gesticht. Later werd het een seminarie van de paters Maristen. Omdat die gemeenschap kleiner werd, verhuisden ze naar Lievelde en bleef het klooster leeg achter. In de jaren zeventig bood het onderdak aan gastarbeiders die voor het textielbedrijf Van Heek Scholco in Enschede werkten, onder wie veel christenen uit Syrië die hun eigen traditie meebrachten. Toen de textielindustrie instortte, kwam het klooster opnieuw leeg te staan. De Syrisch-orthodoxe bisschop Mor Julius Yeshu Çiçek kocht het in 1981. In 1984 werd het klooster officieel gewijd en kreeg het de naam Mor Efrem, vernoemd naar de diaken uit de vierde eeuw, de dichter en theoloog Efrem de Syriër.’

Alexander is hier geboren, maar zijn familie komt oorspronkelijk uit Tur Abdin, in het zuidoosten van Turkije, een streek met oude christelijke gemeenschappen. Tussen 1914 en 1923 werden daar velen, waaronder tal van Syrisch-orthodoxe christengemeenschappen, getroffen door massamoord, deportatie en etnische zuivering, onder meer tijdens de Armeense genocide. Alexanders grootouders vluchtten toen naar Syrië; toen het later ook daar onrustig werd, vluchtten zijn ouders op hun beurt naar Nederland. Via bekenden hadden ze gehoord dat het goed was hier. Alexander ging van jongs af aan naar de Syrisch-orthodoxe kerk in Enschede. Toen het klooster steeds meer jongerenavonden en bijbellessen organiseerde, trok hij er vaker heen. Yunus Kangus (34) kwam op zijn tweede naar ons land. Zijn ouders groeiden op in Turkije, in een gebied dat steeds meer geteisterd werd door gevechten tussen de PKK en de Turkse strijdkrachten. ‘Christenen werden er stelselmatig gediscrimineerd. Daarom kozen mijn ouders voor vrijheid.’

Taal is geen museumstuk

De Suryoyo-identiteit is een etnisch-culturele en religieuze identiteit rond het Syrisch-orthodoxe christendom. Verbindend zijn taal, kerk en afkomst. Ze hebben geen gemeenschappelijke staat. Veel Suryoye komen uit Turkije, Syrië, Irak en Libanon, en leven nu in de diaspora.

Bij veel jongeren, onder wie Alexander, Yunus en Benjamin, werd de band met het klooster én met hun Suryoyo-identiteit met de jaren sterker. Het Syrisch-Orthodoxe Jongeren Platform (SOJP) was daarbij belangrijk, onder andere door het organiseren van religieuze voorstellingen, lezingen en Bijbelstudie-avonden. Ook voor Alexander werd het klooster een plek waar hij zich verbonden voelde met de Suryoyo-gemeenschap. ‘Mijn Nederlandse identiteit kreeg er een laagje bij; een identiteitsverrijking,’ Voor Alexander staat het klooster symbool voor de vreugde van het in vrijheid kunnen vieren van hun geloof.

Naast de SOJP-activiteiten blijkt de taal ook van groot belang. Zo werd Benjamin, een van de oprichters van SOJP, door de bisschop aangemoedigd om de oude kerkvaders te lezen, vooral Efrem de Syriër en Isaak van Nineve. Eerst las hij uit interesse, later met een groeiend besef: deze grote theologen droegen dezelfde Syrisch-orthodoxe identiteit als hij. Dat maakte zijn zoektocht persoonlijk. Het ging niet alleen om kennis, maar om herkenning; om de vraag waar je vandaan komt en wat je daarin kunt terugvinden. ‘Onze ouders zijn hier naartoe gekomen. Zij hebben een zaadje geplant en een veilige plek gecreëerd om op te groeien. De eerste generatie heeft er zelfs voor gezorgd dat ik op mijn basisschool Syrisch-Aramese taalles kreeg. Nu wil ik die kennis gebruiken om boeken van de Syrische kerkvaders te vertalen naar het Nederlands. Zo wil ik iets teruggeven aan Nederland.’

De Syrische taal werd uiteindelijk ook voor Yunus een sleutel tot het dieper beleven van zijn Syrische-orthodoxe geloof. Zijn broers waren streng: thuis móést de Syrische taal geleerd en gesproken worden. ‘Als Nederlandse jongen voelde dat eerst als een verplichting,’ vertelt hij met een glimlach. Nu is hij er juist blij mee. ‘Ik zie het als een opdracht om die liturgische taal levend te houden. Niet als museumstuk, maar als iets dat je vormt en doorgeeft.’

Zoeken naar identiteit

‘Mensen zoeken elkaar graag op. Het is een onzekere tijd,’ zegt Mor Polycarpus, de aartsbisschop van de Syrisch-orthodoxe Kerk van Antiochië in Nederland. ‘Door de individualisering is geloven in Nederland vaak iets privé geworden. Daarmee verdween ook een deel van de richting die vroeger vanzelfsprekend voortkwam uit de gemeenschap, het ritme en de traditie.’ Ik ontmoet Mor Polycarpus ik tijdens een drukbezochte SOJP-filmavond in de Mariakloosterkerk, en dat is geen toeval: ‘Door zelf aanwezig te zijn bij SOJP-activiteiten, met jongeren in gesprek te gaan en het klooster voor hen open te stellen, wil ik hun een plek bieden waar ze samen kunnen zoeken naar hun geloofsidentiteit en die kunnen beleven.’

De aartsbisschop groeide op bij Nusaybin (Zuid-Turkije) en ging op zijn elfde naar het nabijgelegen klooster van Mor Gabriel. Via studies in binnen- en buitenland, onder meer in Londen en Oxford, kwam hij uiteindelijk in New York terecht. Daar, aan St. Vladimir’s Seminary, voelde hij een roeping om monnik te worden. Toen hij dat voorzichtig deelde met een van zijn docenten, Thomas Hopko, sprak deze: ‘Er is een Russische uitdrukking: denk zeven keer, maar kies één keer. Denk en bid.’ Hij dacht, bad en koos. Later studeerde hij verder in Bossey en aan Princeton, waar hij promoveerde.

Als Mor Polycarpus in 2007 als bisschop wordt gekozen en naar Nederland verhuist, heeft hij duidelijke prioriteiten: jongerenwerk, parochiebezoek, bruggen bouwen en tweetalige uitgaven. ‘Speciaal voor mensen die alleen Nederlands spraken, gaven we die boeken uit,’ zegt hij. Benjamin vult aan: ‘Ik heb beide bisschoppen meegemaakt, en ik zag dat de jongeren iets misten in het klooster. Dat was een stukje theologie en geloofsonderricht. Als SOJP wilden we geloof en cultuur juist met elkaar verbinden, door verschillende activiteiten, zoals Bijbelstudie avonden en werken aan tweetalige boeken.’‘In het begin’, zegt de bisschop, ‘vierden we vooral grote dagen als Kerst en Pasen, net als de Tweede Paasdag waarop men hier bij het klooster de doden herdenkt bij de begraafplaats. Daarna kwamen er door het SOJP onder meer religieus geïnspireerde toneelstukken, musicals en studieavonden. Het idee bleef hetzelfde: een plek en cultuur creëren waar vooral jongeren elkaar vinden als gemeenschap én als gelovigen.’

Ik vraag wat, naast ontmoeting en onderwijs, helpt om de cultuur door te geven. Ik weet bijvoorbeeld dat in de Grieks-orthodoxe traditie wierook, iconen en kaarsen vaak een gevoel van ‘thuiskomst’ bieden. In de Mariakloosterkerk, waar de film net werd getoond, zag ik wel iconen, maar spaarzaam; alleen bij de ingang kon je een kaarsje branden. Wierook, kaarsen en iconen spelen in de Syrisch-orthodoxe traditie minder een rol. Mor Polycarpus: ‘Verbinding maken gebeurt hier vooral via taal. Het is meer dan een middel om elkaar te verstaan. Het is een verbinding met geschiedenis, geloof en uiteindelijk met Jezus die Galilees Aramees sprak. Dat ligt niet ver van het klassiek Syrisch van onze kerktaal. Wij spreken wel over iconen van dichtkunst. De Syrische traditie staat bekend om haar poëzie, bijvoorbeeld bij Efrem de Syriër en Jacob van Serug. Theologische woordenkunst is voor ons verwant aan schilderkunst. We spreken ook over: “Schilderen met woorden.” Daarom ben ik ook blij dat mensen zoals Benjamin die rijke traditie vertalen naar het Nederlands, zodat iets van die taalkunst ook in het Nederlands zichtbaar wordt.’

Priestermonnik Sait Cakici en een gelovig die het evangelieboek (l) en Alexander Karabet voor de kerk (r)

Dynamische kerk

De aartsbisschop droomt van ‘een dynamische kerk, levend en vitaal, die ook andere kerken in Nederland kan inspireren. We moeten samen het geloof sterk maken.’ Dus u wilt juist geen verborgen parel zijn, zeg ik, verwijzend naar het standaardwerk The Hidden Pearl: The Syrian Orthodox Church And Its Ancient Aramaic Heritage. ‘We hebben elkaar nodig, zegt de bisschop. ‘Mijn grote wens is een seminarie hier voor de kerk in diaspora. Ook om theologisch meer in gesprek te raken met het Westen. We moeten zichtbaar zijn, elkaar opzoeken, en meer samenwerken.’

Dit opzoeken en samenwerken wordt ook zichtbaar in de omgang met Syrische vluchtelingen. ‘Door hen groeit de kerk in aantal en bieden we een veilige thuishaven,’ verduidelijkt Mor Polycarpus. ‘Want als mensen hier komen, horen ze hun eigen taal, ontmoeten ze hun geestelijke familie en bieden wij hulp. Dat gaat soms heel concreet om taalles, hulp bij het invullen van formulieren en het zoeken naar werk. Daarom hebben we in Nederland ook Syrisch-orthodoxe kerken met de Arabische taal gesticht, om ook hen een thuis te kunnen bieden waar ze hun eigen taal kunnen spreken en de weg kunnen vinden. En wat ook fijn is: ik heb inmiddels veel vrienden in Nederland, zelfs politici, die ik om hulp kan vragen als er problemen zijn rond het verkrijgen van een verblijfsvergunning.’

In Nederland is Mor Efrem niet alleen een klooster, maar ook een knooppunt: liturgie, catechese, jongerenavonden, herdenking, hulpverlenen en doorvertelling. Wie hier rondloopt hoort Twents naast klassiek Syrisch. Dit contrast is geen botsing, maar een patroon: het klooster helpt mensen tegelijk Nederlander te zijn én drager van een oudere traditie. Daarom kan Mor Efrem tegelijk wortelen in Twente en iets bewaren dat ouder is dan grenzen: een taal, een ritme en een manier van geloven.

Non Barbara en abtmonnik Eliyo voor de kerk en het standbeeld van bisschop Julius Yeshu Çiçek

Auteurs

  • Micro-elektrotechnicus (M.Sc.) en theoloog (M.A.). Sinds het ontdekken van de filosoof S. Kierkegaard en de Woestijnvaderspreuken bestudeert Mattias bijna dagelijks de vroegkerkelijke theologie vanuit een existentialistische levenshouding. @auteursportret: Ruben Timman.

    Bekijk Berichten
  • Fotograaf, gespecialiseerd in het vastleggen van mensen, hun relaties en hun band met hun omgeving. www.manonbruininga.nl

     

    Bekijk Berichten

Deze website maakt gebruik van cookies om inzicht te krijgen in websiteverkeer en gebruikers van de website.