Verrast door de actualiteit van de Kerkvaders – interview met prof. dr. Marten van Willigen

Leo van Leijsen sprak met prof. dr. Marten van Willigen, bijzonder hoogleraar Bijbeluitleg Vroege Kerk aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, over de verrassende actualiteit van de Kerkvaders.

Marten van Willigen, geboren in 1962 in Haren, studeerde klassieke talen in Groningen. In 2008 promoveerde hij in Nijmegen bij prof. dr. G.J.M. Bartelink, toonaangevend hoogleraar op het gebied van de Vroegchristelijke literatuur, en diens opvolger prof. dr. A.P. Orban, op een preek van Ambrosius.

Op welke preek ben je gepromoveerd?

Op een preek over Jozef, de zoon van Jakob, de patriarch uit het Oude Testament. Het Bijbelverhaal en de uitleg ervan door Ambrosius intrigeerden mij. Het ging om een grondige analyse en vertaling van deze preek.

Wil je iets vertellen over hoe het na je studie verder ging?

Ik ben in 1986 docent klassieke talen geworden. Sinds 2019 ben ik bijzonder hoogleraar voor de Bijbeluitleg van de Vroege Kerk, aan de TUA, de Theologische Universiteit Apeldoorn.

In 2008 is de stichting voor de Bijbeluitleg van de Vroege Kerk door mij opgericht. Doel van de stichting is de Vroege Kerk voor het voetlicht te brengen bij een breed publiek. Het ‘Dagboek van de Vroege Kerk’ is het eerste werk van de stichting. Met opzet is het een dagboek, je leest het dagelijks. Ik heb enkele preken uit de Vroege Kerk over het hele jaar verdeeld en voorzien van een te lezen Bijbelgedeelte, passend bij het vertaalde gedeelte van de preek. Een breed publiek proberen we ook te bereiken door kleine boekjes uit te geven, de zogeheten ‘Pareltjes’, om op bepaalde thema’s de aandacht te vestigen.  Het boekje ‘Wijsheid uit de Vroege Kerk’ begint met een hoofdstuk over de vier kardinale deugden: prudentia (verstandigheid), iustitia (rechtvaardigheid), fortitudo (kracht) en temperantia (gematigdheid). De vier hoofddeugden zijn in de Vroege Kerk heel belangrijk. Ambrosius heeft daar echt veel over geschreven en veel mee gedaan. Verder is er in 2012 een zogenaamde ‘dwarsligger’ met de titel ‘Bidden met Augustinus in de Vroege Kerk’ verschenen en bij het tienjarig bestaan van de Stichting het boek ‘Getuigen uit de Vroege Kerk’, om enkele belangrijke uitgaven te noemen.

Wat mij opvalt is dat je de naam ‘Heere’ schrijft met drie e’s.

Met ‘Heere’ ben je gericht op een breed publiek. Als je één van de e’s weglaat, ben je vaak een deel van de doelgroep kwijt. Voor een breder publiek betekent niet alleen voor protestanten. Ik zie de kerk als voor driekwart gemeenschappelijk. Tot de Reformatie waren we één kerk.

Ik mis in het aanbod de Syrische traditie.

In de praktijk wekken de grote Latijnse auteurs de meeste interesse. Voor een breed publiek zijn artikelen over Efrem de Syriër vaak te moeilijk. Ik heb zelf wel wetenschappelijke artikelen over Efrem geschreven, voor een klein publiek.

Hoe spreek je het grote publiek aan?

Ik heb twee boeken gepubliceerd: Christus volgen, over de doop en de eucharistie, en Met Christus verbonden. Wat de christenen moeten doen na de doop, houdt Chrysostomus voor aan de catechumenen (doopleerlingen) en de pasgedoopten. Met Christus verbonden is een aanvulling op hetgeen in het eerste boek gezegd is over de doop. De vraag in het tweede boek is: hoe is men met Christus verbonden? Het christelijke leven krijgt op die manier handen en voeten. Chrysostomus doet dat heel mooi.

Hoe ben je op het pad van de Vroege Kerk gekomen?

Voor mijn doctoraalscriptie in Groningen heb ik een vijfde deel van de preek van Ambrosius over Jozef vertaald en van commentaar voorzien. Dat was echt een ontdekkingstocht. Mijn grote interesse bij mijn proefschrift was hoe het verhaal over Jozef bij Chrysostomus en Ambrosius wordt behandeld. Wat mij opviel was dat het verhaal dat Jakob Jozef naar Dothan stuurt, door beide kerkvaders typologisch wordt uitgelegd.

Mozaïek van kerkvader Ambrosius in de Basiliek van Sint-Ambrosius in Milaan

Wat is typologie?

Heel kort samengevat: de uitleg van een Bijbelpassage waarin de verhaal-personen worden gezien als de vertegenwoordigers van andere personen. Zo wordt in het Jozefverhaal de persoon van Jozef door Ambrosius als typus Christi, als type/vertegenwoordiger van Christus uitgelegd. Hij vertegenwoordigt Christus als het ware, hij verwijst duidelijk naar Hem. Dat noemen we ‘typologie’.

Jakob vertegenwoordigt in hetzelfde verhaal als het ware God de Vader. God de Vader stuurt Christus naar zijn broeders, naar zijn eigen volk, naar Israël.

Boeiend is dat die twee kerkvaders die tot verschillende exegetische tradities behoren, de Antiocheense (Chrysostomus) en de Alexandrijnse (Ambrosius), in sommige gevallen dezelfde exegetische insteek kiezen. Er zijn namelijk ook opvallende verschillen tussen Chrysostomus en Ambrosius. Ambrosius heeft meer typologie dan Chrysostomus. Chrysostomus is heel uitnodigend en warm. Hij heeft een open mind naar de luisteraar. Ambrosius is veel uitgesprokener over de geloofsgenoten in het verhaal; uitgesprokener en normatiever.
Bij een heiligenleven als dat van Jozef bijvoorbeeld, houdt Ambrosius zijn gehoor voor: zo moeten wij ook leven. Het leven van Jozef is het heiligenleven van een patriarch (aartsvader) en dat is voor ons normatief. Ambrosius spreekt meer als een jurist. Chrysostomus kijkt naar wat er allemaal gebeurt in het verhaal. Dit zijn twee representatieve voorbeelden. Aan de Latijnse kant zijn Ambrosius en Augustinus zeker heel consequent in hun Bijbeluitleg en in de ontwikkeling van het dogma. In de oosterse traditie is er meer ruimte voor verschillende opvattingen en ook voor meer filosofische nuances.

De TUA is de theologische universiteit van de christelijk gereformeerden; ben je zelf christelijk gereformeerd?

Nee, ik ben protestant, maar breed georiënteerd, als ik het zo mag zeggen. Ook rooms-katholieken en oosters-christenen zijn voor mij broeders in het geloof en navolgers van Christus. Van 2008 tot 2018 was ik senior researcher in Tilburg, de katholieke Theologische Faculteit aldaar. Ik heb me toen behoorlijk verdiept in de Vroege Kerk. Het profiel van mijn onderzoek werd heel erg gewaardeerd. Daarop ben ik in 2019 bij de TUA gevraagd. Ik heb ook in Oxford meerdere keren lezingen gehouden over Bijbeluitleg. In het Engels zijn die allemaal gepubliceerd. Zo’n artikel betekent veel werk, maar is ook lastig. Je moet steeds weer opnieuw met iets origineels aankomen.

Ik ben bijzonder hoogleraar, telkens voor vijf jaar benoemd. Elke periode heeft een eigen thema. Het eerste ging over psalmen en hymnen in de Vroege Kerk. Dat is nu afgesloten. Van 2024 tot 2029 gaat het over de Heilige Geest in de Vroege Kerk. De derde periode zal gaan over geloof, hoop en liefde.

Heb jij een favoriete auteur onder de kerkvaders?

Ambrosius en Augustinus, Chrysostomus en Basilius zijn voor mij de grote auteurs. Ik wil me niet zo vastpinnen op één auteur. Deze vier auteurs hebben alle vier een zeer grote spirituele diepgang. Dat spreekt mij zeer aan.

Hoe sluit de vroegchristelijke exegese aan bij de Bijbeluitleg in de reformatorische gezindte?

Zeker in het aspect dat de Bijbel serieus moet worden genomen; dat de inhoud zorgvuldig wordt gelezen, met behulp van commentaren. God spreekt door zijn Woord tot ons. Dat sloot goed aan bij wat de TUA wilde, omdat daar de Bijbeluitleg een belangrijke plek inneemt. Het is een ontdekkingstocht naar hoe in de Vroege Kerk de uitleg van de Bijbel geschiedde. Het was een eyeopener om het reformatorisch onderzoek dichter bij de bron uit te kunnen voeren. Er worden verbindingen gelegd op de universiteit tussen Ambrosius en Augustinus en tussen Ambrosius, Augustinus en Calvijn. De kerkvaders leren ons hoe je op een gelovige manier naar de Bijbel kunt kijken, hoe je die met de ogen van het geloof kunt lezen, begrijpen en verstaan.

Mijn overtuiging: als je gelooft in de eeuwigheid (en dat doe ik), dan kun je de Vroege Kerk en de middeleeuwen niet ontkennen. Want ook toen openbaarde God Zich in de Schrift, die ook toen werd uitgelegd door en voor gelovigen. De studenten worden enorm verrast door de actualiteit van de kerkvaders en door het christocentrisch karakter van de vroegchristelijke Bijbeluitleg. Christus wordt in de prediking heel vaak genoemd. Hij speelt een belangrijke rol in de prediking als verlosser, maar ook als na te volgen voorbeeld. Bij Ambrosius staat Christus heel sterk in het centrum van zijn uitleg. Hij denkt heel christologisch. Bijvoorbeeld dat Jozef zich bekendmaakt aan zijn broers. Ambrosius moet dan meteen denken aan Christus die zich aan zijn discipelen openbaart.

Volgt Ambrosius daarin Origenes bij wie Christus ook vaak doorschemert of doet hij dat in het kielzog van Origenes? 

Ambrosius gebruikt Origenes heel vaak. Het lijkt echter ook voor te komen dat Ambrosius, ook als een bepaalde typologie bij Origenes niet voorkomt, hij toch die christologische uitleg als uitgangspunt neemt. Het laatste is dan in de geest van, of in het kielzog van Origenes.

Bedankt, Marten, dat je een tipje van de sluier hebt opgelicht van de Bijbel-uitleg in de Vroege Kerk.

Heel graag gedaan.


Auteur

Deze website maakt gebruik van cookies om inzicht te krijgen in websiteverkeer en gebruikers van de website.