De Georgische Orthodoxe Kerk aan de vooravond van de keuze van een nieuwe patriarch

De Georgische Orthodoxe Kerk ziet dezer dagen de verkiezing van een nieuwe patriarch tegemoet. Patriarch Ilija II, die de kerk ruim 50 jaren had voorgestaan, was op 17 maart 2026 op 93-jarige leeftijd overleden.

De leidende instantie van de Georgische kerk, voorgezeten door de patriarch, is de Heilige Synode, waarvan de 40 bisschoppen de leden zijn. De Georgische orthodoxe kerk telt ruim 3,6 miljoen gelovigen in het land zelf, naast een onbekende aantal gelovigen in het buitenland. Traditioneel is de Russische invloed in het land groot geweest, maar nooit zonder tegenstemmen en oppositie. Ook Ilija, die zijn opleiding in de Sovjet-Unie had ontvangen, insisteerde op een onafhankelijke kerk. Hij was tussen 1977 en 1983 een van de voorzitters van de Wereldraad van Kerken (WCC) geweest, maar in de jaren 1990 was hij door de oppositie van anti-oecumenisch gezinde monniken gedwongen om de Georgische kerk uit de WCC te laten uitstappen. Hij was al lang ziek geweest, en had een coadjutor (locum tenens) benoemd, metropoliet Shio (Mujiri). Metropoliet Shio is nu ook de organisator van de keuzeprocedure.

De verkiezing vindt plaats in een situatie van grote conflicten en politieke polarisering en de samenleving van Georgië. Op onze platform verschenen hierover al eerder berichten; protesten op straat gaan, vooral in de hoofdstad, nog steeds door.

Volgens het statuut van de Georgische Orthodoxe Kerk, dat in 1995 werd aangenomen, moet de locum tenens binnen een periode van 40 dagen tot twee maanden na het overlijden van de patriarch een grote kerkraad bijeenroepen, waarin de nieuwe patriarch wordt gekozen.

Vooraf bepaalt de Heilige Synode drie kandidaten uit haar midden, die tijdens de vergadering ter verkiezing worden voorgedragen. Elk lid van de Heilige Synode heeft het recht om een kandidaat voor te stellen, ook zichzelf. De uitgebreide raad omvat de Heilige Synode met haar 40 leden, evenals vertegenwoordigers—geestelijken en leken—uit alle eparchiën en afgevaardigden uit kloosters, theologische academies en seminaries. Deze hebben echter slechts een adviserende functie; het stemrecht is voorbehouden aan de leden van de Heilige Synode.

Metropoliet Shio is zelf een van de mogelijke kandidaten. De Georgische kerkhistoricus en priester Dr. Shota Kintsurashvili schetst tegen deze achtergrond een beeld van de actuele situatie, van de kandidaten en van de uitdagingen voor die de Georgische kerk nu staat.


Metropoliet Shio Mujiri: Tussen Verwachting, Autoriteit en Onzekerheid

Negen jaar geleden deed de Catholicos-Patriarch van heel Georgië, Ilia II, een verrassende aankondiging: de benoeming van metropoliet Shio Mujiri als zijn locum tenens (coadjutor).

(Fotocredit: https://president.ge/ka/news/272, officiële website van de president van Georgië)

Op dat moment was metropoliet Shio een relatief onbekende figuur binnen kerkelijke kringen in Georgië. In tegenstelling tot meer publiek zichtbare hiërarchen had hij een reputatie opgebouwd als een stille kerkleider, met preken die zich voornamelijk richtten op exegetische interpretaties van de Heilige Schrift, eerder dan op publieke of politieke betrokkenheid.

Zijn benoeming leidde onmiddellijk tot speculatie. Sommige waarnemers wezen op mogelijke Russische connecties, waarbij zij verwezen naar zijn promotieonderzoek in Moskou en het bezoek van metropoliet Hilarion Alfejev [destijds de leider van de afdeling van buitenlandse relaties van het patriarchaat van Moskou] aan Tbilisi kort voor de aankondiging.

In de jaren sindsdien heeft metropoliet Shio actief gebruikgemaakt van de aan hem gedelegeerde bevoegdheden. Opvallend is echter dat hij niet officieel als kandidaat voor het patriarchaat is gepresenteerd.

Desondanks heeft hij een zekere mate van legitimiteit verworven, met name onder leken in Tbilisi. Zijn achterban is niet overweldigend, maar wel zichtbaar en geleidelijk groeiend.

Vorming in anti-oecumenische kringen en toenemende openheid

Een vaak over het hoofd gezien aspect van zijn biografie is zijn vormende periode in het beroemde Shio-Mgvime-klooster in de jaren negentig. Dit was een tijd die werd gekenmerkt door theologisch isolationisme binnen de Georgische Kerk. Monastieke groepen uit Shio-Mgvime, Betania en Zarzma stonden op gespannen voet met het patriarchaat en promootten sterke anti-oecumenische standpunten. Onder figuren zoals archimandriet Ioane Sheklashvili droeg deze beweging bij aan het schisma van 1997, dat ertoe leidde dat de Georgische Kerk zich terugtrok uit de Wereldraad van Kerken en de Conferentie van Europese Kerken.

Deze periode van rigorisme en isolationisme heeft waarschijnlijk het theologische wereldbeeld van metropoliet Shio gevormd. Zijn preken en interviews wijzen op een consequent conservatieve houding, zowel ethisch als exegetisch. Of hij de vroegere isolationistische standpunten volledig onderschrijft, blijft een open vraag.

Metropoliet Shio behaalde een doctoraat in historische theologie aan de Orthodoxe Universiteit van de Heilige Tichon in Moskou. Zijn onderzoek richtte zich op de Georgische monnik Sint Alexi Shushania en droeg bij aan de moderne Georgische kerkgeschiedschrijving.

Binnen de Heilige Synode zijn dergelijke academische kwalificaties relatief zeldzaam. Slechts een klein aantal leden beschikt over een doctoraat, wat zijn theologische vorming een zekere distinctie geeft.

De administratieve kring rond de locum tenens bestaat grotendeels uit jongere, gehuwde geestelijken. Dit kan wijzen op een verschuiving in de interne dynamiek van de Kerk, aangezien de zogenoemde “witte geestelijkheid” lange tijd in de schaduw van monastieke structuren opereerde.

Tegelijkertijd lijkt metropoliet Shio persoonlijk gereserveerd. Zijn omgang met gelovigen is afgemeten, al zijn er tekenen van toenemende openheid in de loop der tijd.

Onder geestelijken bestaan echter zorgen. Zijn leiderschapsstijl kan als afstandelijk worden ervaren, en sommigen verwachten in de toekomst een sterkere—mogelijk meer indirecte—uitoefening van gezag.

Conservatisme en maatschappelijke betrokkenheid

Metropoliet Shio heeft zich publiekelijk uitgesproken over ethische kwesties, waarbij hij abortus het meest opvallend omschreef als “een vorm van agressie” en zelfs als “genaturaliseerd fascisme”. Hij benadrukt ook het traditionele gezin als een verbintenis tussen man en vrouw en als fundament van maatschappelijke stabiliteit. Deze standpunten worden echter vaak gepresenteerd zonder diepere betrokkenheid bij sociaal-economische realiteiten, zoals armoede, woononzekerheid of de uitdagingen waarmee zwangere vrouwen worden geconfronteerd.

Een van de meer opvallende initiatieven tijdens zijn ambtsperiode was de betrokkenheid van de Kerk bij de regulering van de gokindustrie. De snelle groei van online casino’s had ernstige sociale schade veroorzaakt, met name onder jongeren. In dit geval beïnvloedde het standpunt van de Kerk het overheidsbeleid, wat leidde tot nieuwe regelgeving—een voorbeeld van constructieve betrokkenheid.

Tegelijkertijd hebben inspanningen om kerkelijke media en communicatiestructuren op te bouwen gemengde resultaten opgeleverd. De berichtgeving leek soms te nauw aan te sluiten bij regeringsstandpunten, wat zorgen opriep over partijdigheid.

Zwijgen—of terughoudendheid—met betrekking tot controversiële kwesties, zoals geweld tegen demonstranten of politiek gevoelige arrestaties, heeft het publieke beeld verder gecompliceerd.

“Canonieke chaos”

Metropoliet Shio heeft ook geprobeerd meer canonieke orde te brengen in het bisdom Mtskheta-Tbilisi. Dat is geen geringe taak. Onder Ilija II volgde het bestuur vaak een toegevende, inschikkelijke benadering, waarbij eenheid belangrijker werd geacht dan strikte canonieke handhaving.

Het resultaat was een zekere mate van interne inconsistentie—door sommigen omschreven als “canonieke chaos”.

Deze canonieke chaos uitte zich in wijdingen zonder voldoende theologische opleiding, het ontbreken van een kerkelijke rechtbank en een synode die soms slechts één keer per jaar bijeenkwam—grotendeels vanwege de verslechterende gezondheid van de patriarch. Persoonlijke loyaliteit, eerder dan theologische competentie, werd het doorslaggevende criterium voor promotie.

Pogingen om meer orde te scheppen zullen waarschijnlijk worden voortgezet, maar kunnen ook weerstand en onvrede oproepen onder de geestelijkheid, wier vorming kan worden omschreven als behorend tot de “oude school” van patriarch Ilija II.

Sinds zijn benoeming wordt het publieke beeld van metropoliet Shio gekenmerkt door uitersten: door schandalen gedreven speculatie aan de ene kant en overdreven lof vanuit bepaalde kerkelijke kringen aan de andere kant. Beide vertekenen wat in werkelijkheid een complexer beeld is.

Even belangrijk is de kwestie van opvolging. Na het uiteindelijke overlijden van Ilija II kunnen pogingen om metropoliet Shio voor te stellen als de “uitverkoren opvolger” of enige “voortzetter” van het erfgoed van de patriarch—vooral door politieke actoren—een averechts effect hebben en eerder scepsis dan steun oproepen.

Eén ding wordt steeds duidelijker: de eerdere kerkelijke cultuur—waarin brede permissiviteit heerste en verantwoording beperkt was—loopt ten einde. Wat daarvoor in de plaats komt, blijft onzeker.

Als de synode metropoliet Shio Mujiri tot patriarch van Georgië kiest, zal hij voor een bepalend moment staan, waarin hij continuïteit en verandering, en traditie en aanpassing in balans moet brengen. De weg die hij kiest zal niet alleen de toekomst van de Georgische Kerk bepalen, maar ook haar plaats in de samenleving.

(Fotocredit: Wapenschild van de Georgisch Orthodoxe Kerk; Wikipedia)

Andere tendenties en mogelijke kandidaten

Metropoliet Iobi van Ruisi-Urbnisi leidt een bisdom dat bekendstaat om zijn vele kloosters en monniken. Tijdens zijn ambtsperiode zijn verschillende bisschoppen voorgedragen voor de Heilige Synode. Tegelijkertijd staat hij bekend om zijn kritiek op politieke autoriteiten, zowel in het verleden als in het heden. Zijn bisschoppelijke stem is minder politiek correct en eerder direct en compromisloos. In sommige gevallen neigen zijn theologische opvattingen naar rigorisme of worden zij gekenmerkt door complotachtige interpretaties.

Er is ook discussie over metropoliet Daniel Datuashvili, die bekendstaat om zijn nauwe band met en diepe respect voor de overleden patriarch. Hij geniet aanzien binnen de synode en onder de geestelijkheid vanwege zijn spirituele autoriteit, intellectuele diepgang en uitgebreide bisschoppelijke ervaring. Tegelijkertijd wordt hij beschouwd als minder charismatisch en ambitieus dan metropolieten Shio en Iobi. Gezien zijn leeftijd—70 jaar—kan hij door leden van de synode worden gezien als een aanvaardbare kandidaat voor een overgangsperiode in het kerkelijk leiderschap.

Onder de hiërarchen van de westelijke bisdommen, zoals metropoliet Abraham, bisschop Dositheos en bisschop Saba, evenals degenen die openlijk de westerse oriëntatie van het land steunen, waaronder metropoliet Grigol en aartsbisschop Zenon, is er momenteel geen eenduidige stem of duidelijk gepresenteerde kandidaat. Het is mogelijk dat zij in een later stadium een van de bovengenoemde kandidaten zullen steunen, of zelfs een eigen kandidaat naar voren zullen schuiven.

De oude Apostolische Autocefale Kerk van Georgië betreedt een nieuwe realiteit, gevormd door de erfenis van het halve eeuw durende tijdperk van patriarch Ilija II. Tegelijkertijd staat zij voor talrijke uitdagingen, zowel binnen de Kerk als in de bredere context van het land. Georgië zelf bevindt zich op een moeilijk historisch kruispunt, waarbij het moet kiezen of het zich volledig wil losmaken van Russische imperiale invloed—politiek, intellectueel, economisch en theologisch—of binnen een complexe regionale omgeving wil blijven die wordt gekenmerkt door onzekerheid en ambiguïteit. Tegelijkertijd is het noodzakelijk om pseudo-theologische, fanatieke, gemythologiseerde en vaak rigoristische vertekeningen binnen het kerkelijke en religieuze leven te overwinnen, die zich in de loop der jaren hebben ontwikkeld—met name als gevolg van vertalingen van Russisch ultraconservatieve (“Zwarte Honderd”) literatuur en ongezonde vormen van prediking. Daartegenover staat de noodzaak van vernieuwing en herstel van een authentiek, evangeliegericht geloof, geworteld in de ware orthodoxe traditie en de Heilige Schrift.

De tekst is een vertaling van een Engelstalige bijdrage op publicorthodoxy.org, van 24 april 2026. Alfons Brüning deed de vertaling en redactie, en schreef de inleiding.

Auteur:

(Fotocredit: publicorthodoxy.org)

Dr. Shota Kintsurashvili

Shota Kintsurashvili, geboren in Gagra, Georgië, is een theoloog en historicus van de Georgische Kerk. Hij behaalde een bachelordiploma in Orthodoxe Theologie aan het Theologisch Instituut in Tbilisi, een licentiaat in Moderne en Middeleeuwse Kerkgeschiedenis aan de Katholieke Universiteit van Eichstätt-Ingolstadt, en een doctoraat—magna cum laude toegekend—aan de Faculteit Theologie van de Ludwig-Maximilians-Universiteit in München. Zijn proefschrift, “Op zoek naar orthodoxe sociale ethiek in Georgië: een vergelijkende theologische en sociaalwetenschappelijke analyse”, werd voltooid op het gebied van christelijke sociale ethiek.


Auteur

  • Alfons Brüning

    Hoofdredacteur 'Platform Oosters Christendom’ en directeur IvOC. Alfons is historicus en religiewetenschapper met speciale interesse in de oosters-christelijke kerkgeschiedenis. Hij richt zich met name op de sociale leer van het oosterse christendom en mensenrechten.

    Bekijk Berichten

Deze website maakt gebruik van cookies om inzicht te krijgen in websiteverkeer en gebruikers van de website.