Vensters naar de eeuwigheid: twee realiteiten

Bij de opening van de expositie Iconen op resten van munitiekisten van de Oekraïense kunstenaars Oleksandr Klymenko en Sonya Atlantova, zette IvOC directeur Alfons Brüning in een speech zijn gedachten op een rij. Wat doet dat met ons: deze combinatie van heiligenbeelden op resten van oorlogsmaterieel?

Als we eerlijk zijn dan komt het bijna over als een provocatie. De combinatie van heiligenbeelden, bedoeld voor gebed en meditatie met een boodschap van vrede en inkeer, en dan geschilderd op planken van munitiedozen, verzameld als overblijfsels van dood en geweld op een slagveld. Het komt neer op een bijna schreeuwende tegenstelling voor alle zintuigen – kleuren tegen grijs en roest; geluid tegen stilte; kunst en vormgeving tegen verwoesting. Zo kan men nog wel even doorgaan. Kun je daarvoor bidden?

Verstorende boodschap

Deze contradictie wordt dan ook niet minder scherp, als men zich realiseert waarvoor iconen in de oosterse traditie eigenlijk staan. ‘Vensters naar de eeuwigheid’, worden ze soms genoemd. Meer dan alleen afbeeldingen of illustraties: ramen naar een andere realiteit. Door de afbeelding is het oerbeeld van de heilige aanwezig, die keert zijn of haar gezicht en ogen naar je toe. Met een icoon ga je in gebed, in gesprek zelfs, in dialoog. Uit de teksten die Klymenko ter verheldering in de catalogus heeft geplaatst, blijkt dan ook dat juist deze dimensie van dialoog voor de kunstenaars belangrijk was en is.

Maar nergens lijkt dat zo moeilijk te zijn als in deze tijd. De verweerde en verroeste planken zenden een verstorende boodschap. De tentoonstelling is in de afgelopen jaren al in vele steden van Europa te zien geweest, en meestal hebben inleidende commentaren, van de schilders zelf en van de organisatoren, een beroep gedaan op wat genoemd wordt ‘de realiteit van de oorlog’.

Hybride oorlog

Ook deze realiteit kijkt ons aan en wordt ons voor ogen gesteld. Weliswaar ergens ver weg, of misschien zelfs niet zo heel ver weg, heerst geen vrede maar geweld, wordt verwoest en gedood. Een verhaal ook van mensen die elkaar te lijf gaan, soms juist in naam van religie. Hier al begint de provocatie; want als wij eerlijk zijn, zouden wij juist deze realiteit eigenlijk liever wegdraaien en laten verdwijnen. Laat ons met rust – jawel, met rust.

Maar inmiddels lukt ons dat ook in ons afgelegen hoekje hier in Nederland steeds minder. Toen de twee Oekraïense kunstenaars, Klymenko en Atlantova, in 2014/2015 met hun project begonnen, was het misschien nog wel mogelijk het oorlogsgebeuren in het oosten van Oekraïne te isoleren, af te grenzen en onze privéruimtes vrij te houden voor kleur, groei, opbouw, inkeer, hoop en toekomst. Ook in Kyiv, in Zhytomir, Kryvyi Rih, Zaporozje hebben ze dat lang, min of meer succesvol, geprobeerd. Het geheel kreeg dan de naam, daar en ook bij ons, van een ‘hybride oorlog’ – wat dat dan ook moge betekenen.

De oorlog op afstand te houden lukt inmiddels niet meer. Ook daarin moeten wij eerlijk zijn. Het lukt onze medemensen in Kyiv, L’viv, Kryvyi Rih of Zaporozje, Poltava al helemaal niet, om begrijpelijke redenen. Maar ook in onze regio’s verder in het westen van Europa is de realiteit van de oorlog nu present, zij het alleen als een verstorende, min of meer luide kakofonie op de achtergrond, een onaangename basso continuo die ons er voortdurend aan herinnert dat de wereld niet meer heel is. Wij gaan wel door met onze alledaagse bezigheden en boodschappen, maar zoals deze ‘hybride oorlog’ destijds in de steden van centraal en westers Oekraïne te voelen was, is hij nu ook bij ons aanwezig.

Demon die niet wil wijken

Maar wat is dat dan eigenlijk, de realiteit van de oorlog? Oorlog betekent altijd haat, verwoesting, dood. Men voelt het ondertussen niet meer alleen aan het front ergens ver weg. Verwoest worden niet alleen de levens van de soldaten op een ruimtelijk beperkt slagveld. Verwoest worden ook, in bredere zin en in veel meer gebieden: levensperspectieven, overtuigingen, menselijke relaties, hoop, vertrouwen in de toekomst. Dat doet pijn, ook als het geluid van bommen en artillerie naar de achtergrond wordt geduwd.

Mensen voeren oorlog. Een diepe teleurstelling betreft dan ook de mensen zelf. Of de mensheid, als men het zo wil zeggen. Was het niet anders mogelijk geweest, om misverstanden bij te leggen en conflicten op te lossen door het loslaten van ongecontroleerd geweld? Conflicten oplossen op een manier waarvoor wij nog steeds de naam ‘beschaafd’ zouden willen gebruiken?

Onze visies op vrede zijn hierop gebaseerd geweest. In plaats daarvan doet de oorlog, in de woorden van de Duitse publicist Alexander Kluge, ‘zich opnieuw voor als een demon, die niet wil wijken.’ Nu hebben wij zelfs, zoals sommigen ons willen laten geloven, veeleer te maken met een ‘botsing der beschavingen’. En hier gaat de deur direct open naar vijandbeelden en rechtvaardiging van oorlog, omdat de ‘onbeschaafden’, de ‘barbaren’ en de ‘gedegenereerden’ natuurlijk geen volwaardige mensen zouden zijn. Maar civilisatie en cultuur bestaan in eerste instantie in eenvoud, niet in meervoud. Er is alleen maar één vorm van civilisatie en die onderscheidt zich van niet-civilisatie en barbarisme, door het vermogen om conflicten met de medemens én met andere staten op te lossen op een manier die zo weinig mogelijk verwoesting tot gevolg heeft.

Hoop als drijvende kracht

De begrippen ’civilisatie’ en ‘cultuur’ zijn in veel talen synoniem. Het gaat hierbij om recht: een cultuur van de sterkte-van-het-recht, tegenover het recht-van-de-sterkere. Maar het betekent ook creativiteit, voor zover cultuur berust op een vorm van ’innerwereldlijke ascese’, die niets te maken heeft met kapitalisme, maar wel met controle over passies zoals woede, haat of erger, intolerantie en betweterij. Nu is cultuur niet in de laatste plaats – wij kunnen dat nu nergens zo goed waarnemen als in Oekraïne- , ook een poging om een antwoord te geven op verwoesting, verval, pijn en dood. Het gaat er daarbij om de dingen bij hun naam te noemen, maar ook namen te vinden, ruimte te laten en perspectieven te openen voor de echte ‘traditionele waarden’ van het christendom: geloof, liefde, hoop. Cultuur is dan ook de strijd tegen hopeloosheid, frustratie, resignatie of depressie – of beter gezegd tegen dat wat de christelijke traditie in Oost en West als acedia (russ. unynie, oekr. znevira) kent. Sterker nog, het ‘principe hoop’ (Das Prinzip Hoffnung) is, volgens de cultuurfilosoof Ernst Bloch, een drijvende kracht achter elke activiteit van cultuur, schilderkunst, poëzie, muziek, literatuur.

`Das Morgen im heute lebt. Es wird ständig nach ihm gefragt‘ (Morgen leeft in vandaag. Er wordt voortdurend om gevraagd.), is een centrale zin in Blochs werk. Maar leeft ‘morgen’, de toekomst, ook in een door oorlog verwoest, gekwetst land? Wel degelijk, en meer dan ooit. Talloze voorbeelden in een juist nu erg actieve culturele sfeer in Oekraïne geven hiervan bevestigend getuigenis. In zekere zin zijn de hier aanwezige iconen daar een voorbeeld van.

Zege over het kwaad

Zeker, er bestaat ook het gevaar van misbruik. De relatie tussen religie en cultuur is ambivalent. De combinatie van religie en oorlog komen wij nu vaker tegen, ook als vlaggen met iconen op tanks. En de vraag is, of een combinatie van symbolen van oorlog en van religie, zoals ook in deze tentoonstelling te zien, niet gevaarlijk dicht bij de voorbeelden komt van misbruik van religie die wij van elders kennen. Van deze vraag komt men dan ook niet makkelijk af. Wij hebben tegen deze achtergrond, onder meer op ons instituut het IvOC, gediscussieerd over de vraag of het wel gepast is om dit project te ondersteunen. Waarom, bijvoorbeeld, planken van munitiekisten als getuigenis van strijd en gebruikte wapens, en niet gewoon van verwoeste huizen of scholen?

Dit alles geeft de indruk van provocatie, maar als dat het niet is dan lijkt er wel degelijk sprake van een confrontatie die van deze kunstobjecten uitgaat. Deze impressie gaat ook niet weg, terwijl de voornaamste indruk – onverwacht voor velen, die de beelden voor de eerste keer daadwerkelijk zien – in hoop en vrede ligt. Het helpt om er twee keer naar te kijken. De motieven die voor de iconen worden gebruikt zijn doorgaans van een vreedzame natuur en gestalte. Als het om een zege gaat, dan is het de zege over het kwaad, niet over een als vijand bestempeld medemens. Ook de heilige Demetrios, de hemelse strijder en soldatenmartelaar, die in een andere context ook in de oosterse traditie wel degelijk tot een soort hemelse generaal en bondgenoot tegen vermeende kwaadaardige vijanden (zoals de Turken in de Middeleeuwen) kon worden gemaakt, doodt hier draken, geen mensen. Het beeld van de Moeder Gods volgt het iconografisch motief van de ‘Eleousa’, de tedere – de Moeder Gods kijkt vol liefde naar haar kind, maar ook met een duidelijk verdriet in haar ogen, om het lijden dat haar kind nog te wachten staat.

Dialoog van gebed

Met dergelijke motieven treedt men dan wel in een dialoog van gebed. Het doel van het gebed, zeker in de orthodoxe, oosterse traditie was altijd inwendige rust en vrede.  En, als het goed is, een zuiveren van de ziel. Met een engel, een heilige martelaar en een liefdevolle Godsmoeder kan een dergelijke dialoog van gebed wel. Maar met een vlag op een tank, of met triomfantelijke, zegevierende figuren in de oorlog verheerlijkende gebouwen, kan het niet zonder dat er een gevoel van  inwendige vrede verloren gaat, wat misschien zelfs ruimte geeft aan agressie en zelfoverschatting.

Deze beelden zijn geschilderd op getuigenissen van haat, geweld, verwoesting. Maar toch bidt men, op een bijna bezwerende manier, tegen de alomtegenwoordige verwoesting – tegelijk tegen de verleiding om gewoon zichzelf terug te trekken en zelf slachtoffer te worden van een gevoel van hopeloosheid. Om de echte ‘traditionele waarden’ van het christendom – geloof, liefde, hoop – op te geven. Dat mag niet gebeuren en dat willen wij ook zeker niet.

Vensters vanuit de eeuwigheid

Hier gaat het om wat ook westerse theologen, zoals Karl Rahner, de ‘nood en de zegen van het gebed’ hebben genoemd. Daar is het luisteren en kijken naar de eeuwigheid bij inbegrepen. Anders wordt het toch weer een monoloog. Ons is immers geopenbaard dat het goed komt. Ook hiervan getuigen, ondanks alle verdriet in haar ogen, de tedere Moeder Gods en het kind op haar arm. De iconen zijn zo bezien dus eigenlijk ‘vensters vanuit de eeuwigheid’ (in een ‘omgekeerd perspectief dus’, zoals de Russische theoloog Pavel Florenskij – ook hij was een slachtoffer van geweld – het wilde zien).

Dialoog met God, maar ook met de medemens, is een centraal element in de leer van de mens in de moderne orthodoxe theologie. Uit de teksten van de twee kunstenaars heb ik geleerd dat deze dimensie, niet in de laatste plaats als kenmerk van de mens, voor hen een belangrijke rol heeft gespeeld, ook met het oog op politiek en samenleving. De dialoog begint met de heiligen en uiteindelijk met God zelf, gevolgd door de dialoog met de medemens, maar dan wel naarmate van wat mogelijk is, zonder daarbij te veel van jezelf op te geven.

Dit lijkt heel vaak niet mogelijk te zijn, of veel te zwaar of te gevaarlijk. Wij geloven soms niet meer in een hele wereld. Maar wij kunnen niet goed leven zonder iets hiervan in ons te hebben. Dat betekent, de verleiding tot resignatie tegen te gaan. Deze iconen helpen daar mogelijk bij. Het is daarom, dat wij besloten hebben, dit project te ondersteunen.

De tentoonstelling Iconen op munitiedozen was afgelopen najaar te zien in de Abdij van Egmond en is nu nog tot 7 januari 2024 te bezichtigen in de Stevenskerk in Nijmegen. De in dit artikel getoonde afbeeldingen zijn te zien op de expositie.

Auteur

  • Alfons Brüning

    Hoofdredacteur 'Platform Oosters Christendom’ en directeur IvOC. Alfons is historicus en religiewetenschapper met speciale interesse in de oosters-christelijke kerkgeschiedenis. Hij richt zich met name op de sociale leer van het oosterse christendom en mensenrechten.

    Bekijk Berichten

Deze website maakt gebruik van cookies om inzicht te krijgen in websiteverkeer en gebruikers van de website.