De Goede Week in de orthodoxie: theologie van ervaring, door aartspriester Alexander Schmemann

Tal van oosters-christenen vieren dit jaar Pasen op dezelfde datum als westers-christenen.  Dat is geenszins vanzelfsprekend. Oosters-christenen kennen hun eigen liturgische kalender, die gebaseerd is op de oudere, Juliaanse kalender. Soms valt Pasen samen, soms is er sprake van een tijdsverschil: voor de oosters-orthodox christen valt Pasen valt dit jaar een week later dan voor westers-christenen, namelijk op 12 april. Ook voor westers-christenen kan waardevol kunnen zijn, om in deze tijd iets meer te horen en lezen over de Goede week in de oosterse liturgie.

In boeken over het oosters-christendom wordt vaak benadrukt dat ervaring een grote rol speelt in het  geloofsleven. Daarbij gaat het niet om een individuele mystieke beleving in stilte, maar om een gezamenlijke ervaring: de ervaring van communio – met God en de medemens – en zintuigelijke ervaring van de sacramenten. Geloof, ook in de vieringen van de Goede Week, is eerst en vooral een liturgische ervaring.

Schmemann als gids

Niemand kan dit beter uitleggen dan de orthodoxe aartspriester en theoloog, Alexander Schmemann (1921-1983). Dankzij de vertaling van Thomas van der Horst is zijn visie op de Heilige Week nu ook in het Nederlands beschikbaar. De titel van het boek dekt de lading niet helemaal. Naast de uitleg van Schmemann over de liturgische vieringen van de ‘Heilige Week’ (de naam die in het oosters-christendom gebruikelijk is) bevat het boek ook fragmenten uit zijn dagboeken, die verbonden zijn met deze week.  Al die teksten, waaronder ook een vertaling van Schmemanns in 1964 in het Engels gepubliceerde Orthodox Holy Week: a liturgical explanation for the days of the Holy Week, zijn meer dan een leerstellingen over de Goede Week. Zijn uitleg is niet alleen theologisch, maar ook persoonlijk en doorleefd.

Het boek opent met een biografische inleiding. Schmemann werd geboren in een Russische familie in Revel (het huidige Tallin) in Estland, groeide op in Frankrijk en studeerde aan het beroemde Orthodox Theologisch Instituut St. Serge in Parijs. Daar kwam hij in aanraking met invloedrijke theologen in ballingschap zoals Sergei Boelgakov en Cyprian Kern, maar ook met de katholieke liturgische beweging in Frankrijk. Initiator van deze beweging was de Franse priester Dom Louis Pascal Guéranger (al rond 1832). Een andere bron van inspiratie was de benedictijn Dom Lambert Beauduin de oprichter van het benedictijnse klooster van Chevetogne, waar tot op heden de liturgie volgens de Byzantijnse ritus wordt gevierd. Deze impulsen uit Oost én West zouden Schmemanns visie blijvend beïnvloeden.

Liturgische theologie in praktijk

Vanaf 1951 werkte Schmemann als decaan van het St. Vladimir’s Seminar in Crestwood nabij New York, een belangrijk centrum voor orthodoxe theologie in het Westen. Hij schreef veel, meestal in het Engels, en wist daarbij academische theologie voor een breder publiek toegankelijk te maken.  Zijn opvolger, John Meyendorff,  noemde dit ooit de eigenlijke taak van de orthodoxie: ‘Giving Witness to the World.’

De liturgische theologie van vader Schmemann is inderdaad een theologie van ervaring. Simpel gesproken, de elementen van de wereld en van menselijk leven, – water, maar ook voedsel zoals brood en wijn -, worden juist geheiligd binnen de liturgische context.

Alles verwijst naar het mysterie van de menswording (mysterion van de incarnatie), het lijden en de verrijzenis van de mensgeworden God. Al aan het begin van de Goede week, in de vieringen ter gedachtenis van de opwekking van Lazarus, is dat duidelijk. Schmemann doet hier een uitstapje naar de theologische terminologie van het Oosten, waarin naar Christus wordt gekeken op een ‘theandrische’ (tegelijk Goddelijke en menselijke) manier: dat wil zeggen dat niet alleen de tranen van Gods zoon de tranen van de mens, maar ook dat God zelf tranen vergiet.  En de wereld is in een slechte toestand: ‘Het stinkt al,’ zoals de joden zeiden over Lazarus dagen na zijn sterven, is een omschrijving van de toestand van de wereld die op verlossing wacht. De opwekking van Lazarus staat voor dat eerste teken van verlossing. Een lijn die wordt voortgezet in alle volgende verklaringen, van de ‘Heilige Donderdag’ en de stichting van de Eucharistie, tot  de ‘Heilige Pascha’ op zondag. Algemeen ligt bij Pasen in de oosterse traditie meer de nadruk op vreugde, waar in het westers-christendom vaak sprake is van zonde, dood, boete en vergelding. Het gaat dan wel om een bovenaardse, hemelse vreugde, niet geëxalteerd, maar het menselijk wezen doordringend. Ook vader Schmemann legt hier de nadruk op.

Dagboekfragmenten: een mens van geloof

De dagboekaantekeningen laten een andere kant van Schmemann zien: zijn enthousiasme over de zon en de warmte van de eerste lentedagen, die vaak samenvallen met het feest. Hij is ook een mens die het gezelschap van familie en vrienden waardeert. Tegelijk kan hij kritisch zijn, en zich in duidelijke termen uitten over ontmoetingen en zaken die hem niet bevallen. Een bezoek aan een parochie van de Russische buitenlandse kerk, waar de traditie – nota bene ruim zestig jaar na het einde van het tsaristisch Rusland – bekritiseert Schmemann openlijk als een verstarde, droge mixtuur van verering van de tsaar, een paar Russische heiligenbeelden en herhalingen van oude rituele gewoontes. Een apart verhaal is Schmemanns relatie met de uit Rusland verbannen schrijver Alexander Solzjenitsyn, die hij meerdere keer ontmoet. Solzjenitsyn wilde de bekende theoloog in persona leren kennen, nadat hij diens preken via het Russischtalige programma van de BBC in de Sovjet-Unie had gehoord. Schmemann vindt hem een voortreffelijke man, en deelt ook diens scepsis tegenover tal van westerse verschijnselen, als het materialisme en het consumptiegedrag. Hier zijn de dagboekfragmenten echter onvolledig, omdat Schmemann ook altijd kritisch bleef tegenover ideologische houdingen van welke aard dan ook. Hij kon zich niet vinden in Solzjenitsyns toenemend Russisch nationalisme en noemde hem in latere notities zelfs ‘Lenins tweelingbroer’.

Schmemann blijft in alles authentiek en origineel, diep geworteld in zijn geloof én met een open blik naar de wereld. Het boek is een genoegen om te lezen en biedt een levendige getuigenis van de orthodoxe liturgie en de ervaring van de Heilige Week. Het is een waardevolle kennismaking voor een breed westers publiek.

  • Alexander Schmemann
  • De Goede Week in de Orthodoxie. Een liturgische verklaring van de Heilige Week
  • Vertaling: Thomas van der Horst
  • Den Haag: Gozalov Books, 2023
  • Prijs: € 29.95

Auteur

  • Alfons Brüning

    Hoofdredacteur 'Platform Oosters Christendom’ en directeur IvOC. Alfons is historicus en religiewetenschapper met speciale interesse in de oosters-christelijke kerkgeschiedenis. Hij richt zich met name op de sociale leer van het oosterse christendom en mensenrechten.

    Bekijk Berichten

Deze website maakt gebruik van cookies om inzicht te krijgen in websiteverkeer en gebruikers van de website.