In januari jl ging vond er op initiatief van de Katholieke Vereniging voor Oecumene en de Raad van Kerken in Nederland, een pelgrimage naar Rome plaats. De reis viel in de ‘Week van gebed voor de eenheid van christenen’. Platform redacteur Paul Baars was een van de deelnemers aan de pelgrimage. Hieronder volgt zijn verslag.
De groep van zestien mensen was divers: enkele rooms-katholieke priesters en leken, een bisschop en priester van de Oudkatholieke Kerk, twee dominees van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), twee voorgangers van de Pinkstergemeente, twee vrouwen die bisschop en voorganger waren van de Moravische Broederschap, een commandant van het Leger des Heils, twee reisleiders van Christoffel reizen en ondergetekende, lid van de orthodoxe parochie te Deventer. In Rome werden we bijzonder geholpen door Eric van Teijlingen, priester van het bisdom Haarlem en kanunnik van de Sint Pieter. Het was verrijkend met al deze mensen kennis te maken. In dit verslag beperk ik mij tot het ‘oosterse’ deel van ons bezoek.
Eeuwige stad
Omdat mijn ouders mij Paulus Josephus Romanus hebben genoemd, is Rome voor mij een ‘must’. Het is een unieke stad, waar 2500 jaar geschiedenis nog duidelijk zichtbaar is. Een gezellige stad met op iedere hoek van de straat een restaurant of café. En een heel kerkelijke stad met op iedere andere hoek een kerk. Veel van die kerken hebben nu een barokke of classicistische voorgevel en interieur. Soms is de oudere inrichting nog zichtbaar in de vorm van zuilen of prachtige mozaïeken in de apsis. Soms zit onder de huidige kerk een veel oudere kerk en daaronder nog een voorchristelijk heiligdom, gebouw of grafmonument. Een voorbeeld daarvan is de Basiliek van San Clemente, waarvan de oudste delen uit de vijfde eeuw stammen. In de crypte bevinden zich de relieken van de heilige Cyrillus, die (met Methodius) de verlichter van de Slavische volkeren was. Daaronder bevindt zich nog een voorchristelijke Mithras tempel. Die is weer opgegraven en kun je bezichtigen. Onder de Sint Pieter is een crypte en daaronder zijn na 1948 oude grafkamers opgegraven, waaronder de grafkamer van de apostel Petrus. De beenderen die men daar vond zijn onderzocht. Ze behoren toe aan een vrij grote man van ongeveer 65/70 jaar oud uit de eerste eeuw van onze jaartelling. De kans dat ze werkelijk van Petrus zijn is dus heel groot. Dat geeft aan die plaats een heel bijzonder gevoel. Ook Paulus wordt in Rome op meerdere plaatsen herdacht, met name in de basiliek Sint Paulus buiten de Muren.

Rome en de ‘oosterse’ kerken
In de stad is nog veel zichtbaar uit de tijd van het ongedeelde christendom. Het grote schisma van 1054 bracht verwijdering tussen de oosterse en westerse kerken. Vele eeuwen later kwamen de ‘oosterse’ kerken weer terug in de stad. Dat begon met de met Rome geünieerde kerken, o.a. Oekraïens, Roemeens, Grieks, Maronitisch, Melkitisch, Koptisch, Ethiopisch, Armeens en Albanees. Het zijn oosterse kerken die zich in de zeventiende en achttiende eeuw bij de katholieke kerk aansloten. De rooms-katholieke kerk kent sindsdien verschillende ‘riten’; een rite is een eigen traditie van liturgische gebruiken en gebeden. De Latijnse rite bleef natuurlijk de belangrijkste en daarnaast kwamen de ‘oosterse’ riten. De teksten van de Latijnse rite zijn na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) in tal van (volks)talen vertaald.
Na het Tweede Vaticaans Concilie verbeterde de relatie met de orthodoxe, de oriëntaalse en andere kerken. Bijna alle ‘oosterse’ kerken hebben daardoor nu parochies in Rome, soms in een nieuw gebouwde kerk, soms in een kerk die het Vaticaan aan hen beschikbaar heeft gesteld. De meeste protestantse kerken hebben ook een gemeente, een centrum of een vertegenwoordiging bij de Heilige Stoel. Men schuift aan bij vieringen waarin de paus voorgaat. In de pauselijke vespers in de basiliek Sint Paulus buiten de Muren, waaraan onze groep deelnam, baden een Armeense en een Anglicaanse bisschop een voorbede. De vieringen worden gehouden in verschillende talen en je ontmoet pelgrims uit heel de wereld. Dat heb ik als heel inspirerend ervaren. Dat maakt Rome tot een geschikte plaats om te netwerken en diplomatie te bedrijven.
Filioque
Er zijn twee afdelingen van het Vaticaan die zich bezig houden met de relaties met oosterse kerken op officieel niveau. Het eerste is het Dicasterie (tot voor kort heette dat congregatie) van de Oosterse Kerken. In het verleden waren dat vooral de met Rome geünieerde kerken. De laatste jaren heeft men steeds meer contacten met de oosterse en oriëntaalse kerken. Het tweede is het Dicasterie van de Eenheid, waar we een interessant gesprek hadden met kardinaal Kurt Koch. Hij benadrukte dat er in de relatie tussen de katholieke en de orthodoxe kerk enige beweging zit. Het Westen heeft in de achtste eeuw aan de geloofsbelijdenis één woord toegevoegd, het zogenaamde ‘filioque’. Dat was in 1054 de druppel die de emmer deed overlopen en leidde tot een breuk: ‘het grote schisma’. Het filoque is nu in de rooms-katholieke kerk in discussie. Het wordt soms al weglaten, bijvoorbeeld wanneer orthodoxe bisschoppen bij een viering aanwezig zijn. Verder kijkt men opnieuw naar het Petrusambt, naar de positie van de Paus van Rome in het geheel van de christenheid. Kardinaal Koch benadrukte dat er naast inhoudelijke ook politiek oorzaken zijn van de problemen tussen de kerken.
Onderwijsinstituten
Rome kent verschillende katholieke instituten voor onderwijs, onderzoek en ontmoeting: bijvoorbeeld het Pauselijk Oosters Instituut, het Russicum en het Centro Pro Unione. Er zijn ook enkele pauselijke universiteiten in de stad. Al deze instellingen hebben bibliotheken. Wanneer je de apostolische bibliotheek van het Vaticaan daarbij optelt, heb je de grootste verzameling boeken, documenten en manuscripten van heel de wereld bij elkaar. Het Pauselijk Oosters Instituut werd gesticht in 1917, enkele weken voor de Russische revolutie uitbrak, om de theologie van de oosterse kerken te bestuderen. Het Russicum is in 1929 gesticht door paus Pius XI. Het was bedoeld om priesters op te leiden voor bestaande Grieks-katholieke parochies, maar ook om missionarissen op te leiden die Rusland moesten binnengaan. Het stimuleerde studie van de oosterse kerken en gebed voor de eenheid van de kerken. Ik heb nog enkele paters Kapucijnen gekend van het ‘oosterse werk’ in Nederland. Ze dienden in een tiental Byzantijnse kapellen, die de katholieke kerk na de Tweede Wereldoorlog had opgericht als troost voor vluchtelingen uit Oost-Europa. Ze gaven het tijdschrift Pokrof uit, de voorloper van het Platform Oosters Christendom. Ze hadden hun opleiding gehad in het Russicum. Het Centro pro Unione is een onafhankelijk centrum voor ontmoeting, gebed en gastvrijheid voor alle christenen in Rome.
Sommige van deze instituten zijn al in de zeventiende eeuw opgericht om de met Rome geünieerde kerken en de katholieke missie in de wereld en te ondersteunen. Er waren missies tot in China en Tibet. Men heeft de liturgische boeken van alle mogelijke rites uitgegeven en vertaald. Een deel van deze uitgaven zijn in de bibliotheek van het Instituut voor Oosters Christendom (IvOC) te Nijmegen te vinden. Het uitdragen en voorleven van het Evangelie is niet verkeerd. Maar de concurrentie van kerken met elkaar om zieltjes te winnen was niet goed. Er is dan te weinig respect voor andere kerken en religies. In de twintigste eeuw verschoof het accent naar het opvangen van migranten en vluchtelingen. Het Tweede Vaticaans Concilie benadrukte dat de Heilige Geest niet alleen aanwezig is in de katholieke kerk, maar ook in andere kerken. Het is dan niet meer nodig elkaar te beconcurreren. De nadruk kwam te liggen op oecumene in de vorm van meer begrip voor elkaar en samenwerking.

Kardinaal Kurt Koch in de basiliek van Sint Paulus buiten de Muren. ©Erik van Teijlingen
Grieks-orthodoxe parochie
De voltallige delegatie bezocht donderdagochtend de Grieks-orthodoxe parochie van San Theodoro op de heuvel Palatino. We werden ontvangen door vader Georgios, die ook priester is van een parochie in de stad Perugia. Het gesprek liep deels in het Engels en werd deels uit het Italiaans vertaald. Er werden veel vragen gesteld over de orthodoxe liturgie, waarbij vader Georgios benadrukte dat orthodoxe liturgie alleen gevierd kan worden in een gemeenschap, waarin de priester die gemeenschap dient. Een priester kan nooit alleen de mis vieren. De wijk waar de kerk nu staat was sinds de oudheid de Griekse wijk van Rome. Het waren vooral kooplieden. De kerk is in de zesde eeuw gebouwd, mogelijk boven een tempel van Juno Sospita. Dat verklaart de ronde vorm van de kerk. Het mozaïek in de apsis dateert grotendeels uit die tijd. Later kreeg de kerk een meer barok interieur. Paus Johannes Paulus II heeft de kerk in 2004 aan de Griekse gemeenschap gegeven. Ze is toen verrijkt met een lage iconostase. Enkele schilderijen uit de katholieke tijd zijn blijven hangen. Volgend jaar begint men met opgravingen in de kelder van de kerk.
Russisch-orthodoxe parochies
Het patriarchaat Moskou heeft drie parochies in Rome. De oudste is de kerk van de heilige Nikolaas, die in 1803 door tsaar Aleksander I is gesticht. Het is een typisch negentiende-eeuwse kerk met een warme sfeer. In 2004 is op het terrein van de Russische ambassade een nieuwe luxe kerk geopend, gewijd aan de heilige Catharina van Egypte. Ze is in neo-traditionele stijl gebouwd. Er is nog een tweede Nikolaaskerk in Rome. Die valt binnen het bisdom van ‘Rue Daru’ te Parijs dat zich in 2019 met het patriarchaat Moskou heeft herenigd. Ik nam er deel aan de Heilige Liturgie. Het is een kleine parochie, die Russisch sprekenden, Oekraïners, Moldaviërs en Italianen samenbrengt. De preek en de lezingen vertaalde men in het Italiaans. Ze gebruiken een kerk van de rooms-katholieke congregatie van de paters Silvestrijnen. De meeste paters komen nu uit Bangladesh. Het is een eenvoudige, wat armoedige barokkerk uit 1563, gebouwd op een kerk uit de negende eeuw. Er is zelfs een connectie met de Lage Landen! Er hangt een schilderij van Jan Miel (Den Bosch/Antwerpen, 1599 – 1664): de aanbidding door de Wijzen. Tijdens de viering zet men iconen op de communie banken en op de koorstoelen rond het altaar. Ik trof er orthodoxe studenten, die aan rooms-katholieke instellingen in Rome studeren. Na de viering dronken we koffie in een café om de hoek. We spraken Engels en Russisch met elkaar.

De Nikolaas kerk, vader Aleksej en de tolk Anna. © Paul Baars
Eenheid
‘Dat allen één zijn’ is een Bijbelse opdracht. (Joh. 17,21 of Ef 4,1-4).Toch ben ik huiverig voor het woord ‘eenheid’ als doel van de oecumene. Eenheid werd in het verleden vaak afgedwongen. Wanneer eenheid uniformiteit wordt, is dat dodelijk. Dan kunnen we als kerken niets meer van elkaar leren. De verscheidenheid is niet alleen een probleem, maar ook een rijkdom. Het moet dus een eenheid in verscheidenheid worden. Hoe dat er gaat uitzien is nog niet duidelijk en moet met Gods genade nog vorm krijgen. We moeten ons niet blind staren op wat (nog) níet kan, maar genieten van wat al wél kan. Een Russisch-orthodoxe priester, vader Pavel Adelgeim (1938 – 2013) zei: ‘We kunnen als kerken misschien niet alles samen doen. Maar wat we wél samen kunnen doen, moeten we ook samen doen.’ Die uitspraak opent allerlei mogelijkheden, die nog niet benut worden. Dat geldt ook voor de orthodoxe kerk. Er wordt in die kerk nog te vaak gescholden op andere kerken, zonder dat men op de hoogte is van wat daar leeft. Wanneer je elkaar respecteert, is er binnen de beperkingen en regels die er nu zijn, veel meer mogelijk dan we nu in feite doen. Dat heb ik deze reis ook ervaren. Er was openheid en respect voor elkaar. Zo hoort het. Dat hebben we als ‘huiswerk’ mee naar huis genomen.
Openingsfoto: De Grieks orthodoxe kerk van de Heilige Theodoro © Paul Baars.
Auteur
-
Redactielid 'Platform Oosters Christendom'. Paul Baars is historicus, kerkzanger en lid van de Orthodoxe parochie van de Petrus en Paulus te Deventer.
Bekijk Berichten







