Bronnen voor een Russisch-Orthodoxe Kerk van de toekomst
De Russisch-orthodoxe patriarch Kirill heeft zijn Kerk in dienst gesteld van de Russische president Vladimir Poetin. Russische denkers die streven naar een rechtvaardige vrede staan voor enorme opgaven — en dat was al zo vóór de tijd van het bolsjewisme.
Rusland moest ‘worden veranderd in een rechtsstaat, en het rijk van de leugen moest worden veranderd in een rijk van de waarheid’, verklaarde Sergej Boelgakov, hoogleraar staathuishoudkunde, in 1906 tijdens een verkiezingsbijeenkomst in Kyiv. Na de verloren oorlog tegen Japan en de revolutie van 1905 was de censuur opgeheven en was het eerste parlement van het Russische Rijk verkozen. Boelgakov beschouwde de oorlog tegen Japan als een misdaad – een die de Kerk bovendien had ondersteund met gebeden ‘voor de verplettering van de vijanden’ en door iconen aan generaals en admiraals te schenken. Voor de man die later een beroemd orthodox theoloog zou worden, had het gebruik van de Kerk als instrument voor politieke doeleinden niets te maken met de ‘verdediging van de orthodoxie’.
Meer dan honderd jaar later legitimeert de Russisch-Orthodoxe Kerk (ROK) de Russische oorlog tegen Oekraïne als een verdediging van de orthodoxie in het bijzonder en van het christendom in het bijzonder tegen het ‘collectieve Westen’. Zij ontkent Russische oorlogsmisdaden, negeert politieke gevangenen, legt andersdenkende geestelijken het zwijgen op of dwingt hen in ballingschap.
In een preek na de inval in Oekraïne citeerde de inmiddels in ballingschap levende Moskouse priester Alexander Oeminski, een liedregel van de populaire Russische rockmuzikant Boris Grebensjtsjikov: ‘Heer, help ons onder water te ademen.’ Regime kritische gelovigen zijn al bekend met deze ervaring.
De ROK geldt tegenwoordig als een verlengstuk van de staat, zoals eerder in het Russische Rijk en vanaf 1943 in de Sovjet-Unie. Jozef Stalin had de Kerk toen ‘gerehabiliteerd’ om de patriottische mobilisatie voor de ‘Grote Vaderlandse Oorlog’ tegen nazi-Duitsland te ondersteunen. Later kreeg zij de taak om op het internationale toneel de vermeende godsdienstvrijheid in de Sovjet-Unie te tonen. Dit leidde weliswaar tot vruchtbare oecumenische contacten, maar alle religieuze gemeenschappen moesten onder de strengste controle of in het geheim opereren, terwijl het Sovjetregime zijn atheïstische propaganda voortzette.
Omwenteling zonder hervorming
Vanaf 1990 brak voor de ROK een nieuw tijdperk van vrijheid aan. De kerkelijke omwenteling had echter geen personele gevolgen voor de leiding. Er kwamen geen wezenlijke hervormingen, afgezien van nieuwe vormen van samenwerking met de staat. Van een serieuze verwerking van het verleden was al helemaal geen sprake.
Een onderzoekscommissie die in 1991 inzage kreeg in de KGB-archieven en daarbij banden tussen hoge kerkelijke hiërarchen en de KGB blootlegde, werd op verzoek van patriarch Aleksi II al in 1992 opgeheven. De ‘kerkelijke wedergeboorte’ mocht niet onnodig worden belast. Populaire priesters die hervormingen op gang probeerden te brengen, werden gemarginaliseerd. Of erger nog met moord, zoals die op Alexander Men in 1990.
Toch ontstond in de daaropvolgende drie decennia binnen de Russische kerk een zekere veelstemmigheid. Na 2009 werden onder patriarch Kirill Goendjajev regeringskritische stemmen uit zowel liberale als fundamentalistische groeperingen steeds sterker bestreden, vooral nadat Vladimir Poetin in 2012 voor de derde keer tot president was gekozen.
Bij de honderdste herdenking van het baanbrekende Al-Russische Orthodoxe Concilie van 1917, werd vooral stilgestaan bij het herstel van het patriarchaat. Andere hervormingsideeën van het concilie — met name een sterkere betrokkenheid van de leken — werden nauwelijks genoemd. Kirill heeft een kerkelijke machtsverticaal opgebouwd. De door hem benoemde bisschoppen kenmerken zich door hun grote loyaliteit aan hem.
Andersdenkenden onder druk
Sinds de grootschalige Russische aanval op Oekraïne van 24 februari 2022 is het definitief gedaan met de hoorbare veelstemmigheid. In de eerste dagen van de oorlog ondertekenden bijna driehonderd geestelijken van de ROK een open brief waarin zij opriepen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren.
Sinds 4 maart 2022 is in Rusland echter een wet van kracht die iedere vorm van kritiek op de Russische ‘speciale militaire operatie’ strafbaar stelt. Volgens kerkdeskundige Ksenia Loetsjenko moesten alle ondertekenaars van de brief rekening houden met ernstige consequenties. Sommigen werden zelfs gedwongen om in het openbaar berouw te tonen. Gezien het feit dat de ROK meer dan twintigduizend geestelijken telt, vormen zij voor de leiding hoe dan ook geen serieuze bedreiging.
Voor andersdenkenden rest daarom een innerlijke of uiterlijke ballingschap. Priesters worden opgedragen geld in te zamelen voor de gezinnen van gesneuvelde of gewonde soldaten en voor humanitaire hulp in de door Rusland bezette gebieden van Oekraïne. Zondagsscholen bieden militair-patriottische opvoeding aan.
Ook de door de kerkleiding officieel voorgeschreven gebeden voor de overwinning dienen als controlemiddel. Wanneer een priester in plaats daarvan voor vrede bidt of zich op een andere manier tegen de oorlog uitspreekt, loopt hij het risico door een gemeentelid te worden aangegeven. Dit vormt vooral een groot gevaar voor priesters die een gezin moeten onderhouden en niet gemakkelijk van beroep kunnen veranderen. Wanneer hun priesterlijke status wordt afgenomen, kunnen zij bovendien voor militaire dienst worden opgeroepen.
Daarnaast kan geen enkele priester zonder een officiële, door de patriarch afgegeven ‘ontslagbrief’ in een andere orthodoxe kerk worden opgenomen, zoals de Servische of de Georgische kerk. Ook opname in het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel is slechts mogelijk in uitzonderlijke gevallen. Hetzelfde geldt voor priesters uit Belarus.

Leren van het naoorlogse Duitsland?
Priesters van de ROK in ballingschap organiseren zich om collega’s met een vergelijkbaar lot te ondersteunen. Sommigen van wie het Patriarchaat van Moskou de priesterlijke status heeft ingetrokken, zijn door het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel als priester opgenomen.
De Belarussische priester Georgi Roj, die in Litouwen in ballingschap leeft, benadrukt dat ‘oprecht gelovige en denkende orthodoxe christenen in Belarus op zoek zijn naar een alternatief voor deze kerkelijke organisatie, die is veranderd in een instrument van dictatoriale propaganda’.
Andrej Kordotsjkin was tot 2022 priester van een ROK-parochie in Madrid. Tegenwoordig is hij priester in het Oecumenisch Exarchaat van Nederland en Luxemburg en leidt hij de organisatie ‘Peace to All’. Deze organisatie ondersteunt priesters van de ROK en hun familieleden die de oorlog tegen Oekraïne openlijk veroordelen en daardoor in financiële moeilijkheden zijn geraakt.
Ook denkt Kordotsjkin na over wat er moet gebeuren na het beëindigen van de oorlog: de Kerk moet haar schuld en verantwoordelijkheid onder ogen zien van zowel haar geschiedenis vóór de Revolutie van 1917, tijdens de Sovjetperiode, als ook in het heden. ‘Wij moeten begrijpen waarom datgene wat zovelen van ons na de omwenteling een “kerkelijke renaissance” noemden, een stap in de richting van een morele catastrofe was.’
Daarnaast moeten de doctrines die de oorlog legitimeren zoals de ‘Russische Wereld’ en de ‘Heilige Oorlog’ worden gedeconstrueerd en veroordeeld. Dat moet gebeuren op het niveau van de gehele orthodoxie, waarvan de lokale kerken tegenwoordig merendeels zwijgen.
Kordotsjkin denkt dat de ervaringen van de kerken in het naoorlogse Duitsland — bijvoorbeeld de Stuttgartse Schuldbekentenis van 1945 — de Russische kerk van nut kunnen zijn. Er bestaat echter geen omvangrijke Russische christelijke verzetsbeweging zoals destijds de minderheid van de ‘Belijdende Kerk’, die de Duitse kerk weer in de universele christelijke gemeenschap heeft teruggebracht.
De achilleshiel van de Duitse meerderheid destijds, en van de Russische meerderheid tegenwoordig, is een patriottisme dat als religieuze deugd en als loyaliteit aan de staat wordt beschouwd. Zelfs de jonge theoloog Dietrich Bonhoeffer sprak in 1929 nog over ‘Gods wil in de geschiedenis […] wanneer een volk zich, buigend voor Gods wil, in de oorlog begeeft’.
In 1941 formuleerde hij daarentegen de zin: ‘Ik bid voor de nederlaag van mijn land, want ik geloof dat dit de enige mogelijkheid is om te betalen voor al het lijden dat mijn land in de wereld heeft veroorzaakt.’ Zou een dergelijke verandering van overtuiging ook in Rusland kunnen plaatsvinden?
Een ’theologie na Boetsja’
De nadruk die Poetin en patriarch Kirill leggen op vaderlandsliefde sluit aan bij een oorlogstheologie die wordt gerechtvaardigd met Johannes 15:13: ‘Niemand heeft grotere liefde dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden.’
Dit beginsel is ook terug te vinden in het document over de grondslagen van de sociale leer van de ROK uit 2000 en in het ROK-document over de menselijke waardigheid uit 2008. Daarin wordt benadrukt dat de mensenrechten niet in strijd mogen zijn met de liefde voor het vaderland en voor de naaste. Tegenwoordig stelt de patriarch het verlossingswerk van Christus zelfs rechtstreeks gelijk aan de heldhaftige dood van een soldaat voor het vaderland.
In de sociale leer van de ROK is eveneens vastgelegd dat oorlog in beginsel kwaad is en uitsluitend de verdediging van de naaste en het herstel van gerechtigheid tot doel mag hebben. Het onderscheid tussen een aanvalsoorlog en een verdedigingsoorlog zou binnen het huidige internationale stelsel echter moeilijk te maken zijn.
Tegenwoordig stelt de ROK de Russische oorlog tegen Oekraïne voor als een verdedigingsoorlog tegen de westerse decadentie. In de doctrine is ook ‘een tastbaar criterium’ opgenomen voor de ‘rechtmatigheid of onrechtmatigheid van het optreden van een strijdende troepenmacht’: namelijk ‘de methoden van oorlogvoering en daarnaast de humane behandeling van gevangenen en van de burgerbevolking van de vijandelijke staat, in het bijzonder vrouwen, kinderen en ouderen’.
Van oorlogszuchtige Russische geestelijken is echter niets te horen over de systematische en hemeltergende oorlogsmisdaden van Russische soldaten tegen de Oekraïense burgerbevolking — in Boetsja en in alle bezette gebieden — en tegen krijgsgevangenen, of over de mensenrechtenschendingen binnen het Russische leger zelf. Integendeel: volgens patriarch Kirill worden soldaten die in de strijd voor het vaderland sterven al hun zonden vergeven. In zijn ‘geheiligde oorlog’ tegen het ‘satanische Westen’ is alles toegestaan.
Op de sociale leer, waarin bemiddeling en verzoening als kerkelijke opdracht worden omschreven, beriepen zich ook ongeveer dertig anonieme ‘geestelijken en leken van de ROK’. Op de orthodoxe kerstdag, 7 januari 2025, publiceerden zij een geloofsbelijdenis waarin zij zich duidelijk uitspraken tegen het verdringen van de christelijke naastenliefde door de ‘prediking van geweld en ‘Heilige Oorlog’’.
Zij veroordeelden onder meer ‘de ontoelaatbaarheid van de verandering van de Kerk in een instrument van aardse machthebbers’; het misbruik van naar Gods beeld geschapen mensen als verbruiksmateriaal voor aardse instituties; de vervanging van het geloof ‘in Christus door het geloof in de ‘Russische Wereld’; de vervanging van de geboden van Christus door ‘traditionele waarden’; en de binnen de orthodoxe traditie onbekende vereenzelviging van de Kerk met het woord van een ‘kerkelijke autocraat’.
Ook spreken zij de uitleg van Johannes 15:13 door de patriarch tegen. Christus ‘gaf zijn leven niet in de oorlog door anderen te doden, maar aan het kruis door voor onze zonden te sterven. Deze woorden hebben geen betrekking op degenen die doden, maar op degenen die worden gedood.’
De belijdenis eindigt met dezelfde woorden uit de ‘Theologische Verklaring van Barmen’ waarmee de Belijdende Kerk zich in 1934 tegen de nationaalsocialistische ideologie keerde: ‘Maar het woord van God blijft in eeuwigheid’ (Jesaja 40:8). De verwijzing naar de sociale leer laat zien dat zelfs bestaande officiële documenten van de ROK aanknopingspunten bevatten voor kritische zelfreflectie.
Russische stemmen die pleiten voor een rechtvaardige vrede, verwerking van het verleden, strafrechtelijke vervolging van misdaden tegen de menselijkheid, schuldbelijdenissen en verzoeken om vergeving staan voor onvoorstelbaar zware taken — vergelijkbaar met de ontwikkeling van een ‘theologie na Boetsja’.
Deze stemmen bestaan zowel in het heden als in het verleden. De kerkhistoricus George Fedotov (1886–1959), een collega van Boelgakov aan het honderd jaar geleden in Parijse ballingschap opgerichte St. Sergius Instituut voor Orthodoxe Theologie, dacht in 1933 al na over een Rusland na de val van het bolsjewisme.
Volgens hem moest het postsovjet-nationale bewustzijn van Rusland noodzakelijkerwijs gebaseerd zijn op berouw en niet op trots. Datzelfde gold voor de orthodoxie: ‘Deze woede, deze kwaadaardige bezetenheid, die zich tegenwoordig richt op de opbouw van een goddeloze Internationale van klasse, zal zich morgen richten op de schepping van een nationaal en orthodox Rusland. Wat een nachtmerrie! […] Het kwaad in verkerkelijkte, verorthodoxiseerde vorm is nog veel angstaanjagender dan openlijk antichristendom.’
Deze tekst verscheen eerst in het Duits in het tijdschrift ‘Herder Korrespondenz’ (no. 25, 2025, blz. 13-15, https://www.herder.de/hk/hefte/archiv/2025/12-2025/unter-wasser-atmen-quellen-einer-russischen-orthodoxen-kirche-der-zukunft/).
Openingsfoto: ©Regula Zwahlen
Auteur
-
Bekijk Berichtenredacteur van het tijdschrift 'Religion und Gesellschaft in Ost und West' (RGOW) en wetenschappelijk directeur van het onderzoekscentrum Sergij Bulgakov aan de Universiteit van Fribourg, Zwitserland.







