Een analyse en commentaar
Begin december 2025 vond in Helsinki, Finland, de oecumenische conferentie plaats: ‘Resisting Empire, Promoting Peace’ (Weerstand bieden aan het imperium, vrede bevorderen). Organisator was de Conferentie van Europese Kerken (Conference of European Churches, CEC) en de discussie spitste zich toe op de ‘ideologie van de Russische Wereld’. Er waren ruim negentig deelnemers waaronder kerkleiders en vooraanstaande theologen van zowel protestantse als orthodoxe origine. Ze kwamen naar buiten met een gezamenlijke verklaring in het kader van het CEC-programma ‘Wegen naar vrede’ (Pathways to Peace). In deze verklaring gaat het met name over de theologische uitdagingen die in dit ideologische construct van het Kremlin en het Moskouse patriarchaat besloten liggen, en op de mogelijke reacties daarop, zowel in theorie als in de praktijk.
De verklaring
De verklaring kort samengevat: Ruslands oorlog tegen Oekraïne is een aanval op het leven van miljoenen mensen en tegelijk op de democratische grondslagen van Europa. De ‘ideologie van de Russische Wereld’ fungeert als theoretisch-ideologisch kader achter de Russische agressie. De Russische Orthodoxe Kerk (ROK) verleent hieraan een quasi-theologische en institutionele ondersteuning.
Onder de deelnemers bestaat een breed oecumenisch gedragen consensus dat de ideologische constructie van de ‘Russische Wereld’ een vertekening van het evangelie inhoudt, met name door het inherente pseudo-imperiale en Russisch-nationale exclusivisme. Zo luidt de tekst: ‘Elke mens draagt het beeld van God in zich. Een afdruk die niemand kan uitwissen, zich kan toe-eigenen of herdefiniëren. Dit vormt het fundament van het christelijke begrip van de mens: de mens staat voor God in een onherleidbare waardigheid, voorafgaand aan natie, cultuur of beschaving.’
Verder veroordeelt men in het document expliciet het Russische militarisme en de theologische onderbouwing daarvan als ketters. De claim een ‘heilige oorlog’ te voeren en de bewering dat de dood van een soldaat op het slagveld diens zonden zou kunnen uitwissen, zijn niet in overeenstemming met de christelijke traditie. Ook het idee dat een staat — zoals Rusland — de eschatologische rol van een ‘katechon’ zou kunnen vervullen, dat wil zeggen de ‘weerhouder’ die het einde der tijden en de komst van de antichrist uitstelt (2 Tess. 2:6), wijzen de in Helsinki verzamelde theologen af.
Ten aanzien van de verhouding tussen kerk, staat en politiek hanteert de verklaring een fundamenteel andere visie. In navolging van Christus is de rol van kerken in relatie tot de politiek veeleer anti-utopisch (Christus is uiteindelijk de koning; geen enkele staat of rijk kan heilig worden verklaard), profetisch (door morele kritiek op politiek en politici) en pastoraal (door hulpverlening en gebed voor armen, minderheden en slachtoffers). Op basis van deze principes formuleert het document een aantal concrete aanbevelingen, waaronder de voortzetting van steun aan Oekraïne, hulp aan vluchtelingen en grotere inspanningen op het gebied van accurate theologische duiding.
Het is ongetwijfeld een sterk en helder document. Door verdere duidelijkheid te scheppen over een aantal afzonderlijke theologische elementen die integraal deel uitmaken van de ideologie van de ‘Russische Wereld’, zet het document in zekere zin de lijn voort van een — inmiddels vaak geciteerde — verklaring van orthodoxe theologen die kort na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne verscheen.
Het huidige document kan onder meer worden gelezen als een oefening in de discipline van de politieke theologie. Voor de oosterse kerken vormt dit nog steeds een relatief nieuw terrein. Enkele auteurs die zich de afgelopen jaren op dit gebied hebben gemanifesteerd, waren bij de conferentie in Helsinki aanwezig.


Sprekers op de CEC conferentie begin december jl.
Ideologisch construct
Juist tegen deze achtergrond kunnen echter ook enkele kritische kanttekeningen worden geplaatst. Dat geldt in het bijzonder voor de vraag hoe moet worden omgegaan met een ideologisch construct als de ‘Russische Wereld’.
Veel van de problematiek betreft de term ‘ideologie’, met name in de combinatie ‘religieuze ideologie’. Een heresie is immers nog geen ideologie. De orthodoxe politieke theologie reflecteert ook in Helsinki onvoldoende expliciet op het fenomeen ‘ideologie’ zelf. In de hedendaagse politieke theorie worden ideologieën doorgaans opgevat als een soort landkaarten voor politiek handelen. Een ideologie is daarbij niet noodzakelijk iets kwaads, en geenszins uitsluitend verbonden met ‘manipulatie, propaganda, hersenspoeling’ en dergelijke. Ook begrippen als ‘mensenrechten’, ‘solidariteit’ of ‘tolerantie’ zijn ideologisch ingegeven.
In feite zijn er echter verschillende typen ideologieën mogelijk: sommige agressief en destructief, andere meer constructief en integrerend. De ‘Russische Wereld’ een ideologie noemen, zegt op zichzelf nog weinig over wat dit precies betekent en laat de vraag naar het karakter van deze ideologie grotendeels open. Het is enigszins vergelijkbaar met motieven uit sprookjes (of uit sommige teksten van de woestijnvaders): de demon verdwijnt pas wanneer hij bij zijn naam wordt genoemd. Door de ‘Russische Wereld’ simpelweg als ideologie te bestempelen, verdwijnt de demon mogelijk nog niet.
Marketeers en spindoctors
Ongeacht de soms struikelende logica erachter zijn de denkbeelden en slogans suggestief, en dat is geen toeval. Deskundigen wijzen er al lang op dat aan de wieg van de ‘Russische Wereld’ (de jaren negentig) veel minder theoretici, filosofen of theologen stonden, en veel meer marketingexperts en spindoctors. In de mentale crisis van de turbulente jaren na het verval van de Sovjet-Unie was men op zoek naar een integrerende ideologie — een poging om ‘Russia great again’ te maken. Daarbij maakten de hoofdrolspelers gebruik van de al in de Sovjettijd ontwikkelde propagandamethoden van de ‘politieke technologie’ (Russisch: polittechnologija). De ‘waarheid’ was al aan het begin van dit proces ondergeschikt aan de functie ervan, en dat is sindsdien nauwelijks veranderd.
De ‘Russische Wereld’ functioneert echter niet zozeer als coherent geheel, maar gebruikt juist bepaalde integrale elementen die enerzijds coalities creëren en anderzijds polarisering en vijandbeelden scheppen. Elke traditie — religieus of niet — is breed en veelvormig, maar de onderdelen van de ‘Russische Wereld’ zijn dat doorgaans niet. Dit verklaart waarom de ‘Russische Wereld’ vaak elementen uit de Sovjetperiode of uit de Russisch-orthodoxe traditie en cultuur integreert, terwijl deze tradities tegelijkertijd worden vertekend en vernauwd.
Alexandr Nevskij en Evangelicals
Een illustratief voorbeeld is de heilige Aleksandr Nevskij, in de dertiende eeuw vorst van Novgorod en in het Russische historische geheugen vooral bekend vanwege zijn overwinning op de Duitse Orde in 1241. Vandaag geldt hij als boegbeeld van de Russische strijdkrachten, terwijl hij oorspronkelijk heilig werd verklaard; niet als militair strateeg of overwinnaar van oorlogen, maar omdat hij de laatste jaren van zijn leven als monnik in een klooster doorbracht. Evenzo zijn de vredelievende liedjes van de Sovjetjeugdorganisaties (pionieren) die velen van een gemiddelde leeftijd nog in hun oren hebben klinken, in het huidige Rusland verboden.
Een ander typisch voorbeeld van deze elementen is de formule van de ‘traditionele waarden’, die ook buiten Rusland weerklank vindt. Deze term vindt haar oorsprong bij Amerikaanse Evangelicals in de jaren 1970 en 1980. Vaak blijft echter onduidelijk welke traditie bedoeld wordt of wat uit deze waarden voortvloeit: gaat het om christelijke, orthodoxe, Russische, protestantse of Amerikaanse tradities? Leiden deze waarden tot deugden, politieke acties, wetgeving? Deze vaagheid is opzettelijk; hierdoor kan een brede groep mensen zich erin herkennen, elk met eigen claims. De kracht van de term ligt in haar functie als mobilisatiemiddel en is niet ingegeven door theologie of feiten. De enige gezamenlijke noemer lijkt een gezamenlijke vijand, bijvoorbeeld het liberale mensenrechtenbeleid.
Discussietoneel van het Kremlin
De suggestieve claims van de ‘Russische Wereld’ lokken de tegenstander vaak op een vooraf geprepareerd discussietoneel, waarop het vrijwel onmogelijk is om louter door toelichting tot overeenstemming te komen. Dit vraagt eerder om een stap terug. De vraag of de doop van de heilige Vladimir (of Volodymyr in het Oekraïens) de oorsprong van Rusland of Oekraïne markeert, gaat niet uitsluitend over historische feiten. Het gaat eerder om de vraag hoe, binnen het kader van een bepaalde ideologie, met geschiedenis wordt omgegaan. Dat betreft dan indirect zelfs de legitimiteit van geweld. Tegen de achtergrond van het principe van territoriale integriteit is de historische claim van ondergeschikt belang en kan zij geen enkele rechtvaardiging bieden voor een gewelddadige revisie van staatsgrenzen.
Aparte, mobiliserende elementen zoals de hiervoor genoemde, evenals een reeks andere, vormen het eigenlijke arsenaal van de hybride oorlog en de propaganda van het Kremlin, gesteund door de kerkleiding van de ROK. De strijd tegen de mobiliserende kracht van deze formules, beelden en slogans kan zeker worden gevoerd door informatie en toelichting, door kennis van de tradities in hun volle breedte, door feiten correct te plaatsen en willekeurige selecties te ontmantelen. Dit is precies wat het CEC-document terecht aanbeveelt.
Wat nog ontbreekt, is een analyse van de functie van deze elementen en een reflectie op mogelijke maatregelen tegen hun suggestieve kracht en polariserende werking. Momenteel heeft het Kremlin, en wellicht geldt dit ook voor bepaalde kringen binnen de ROK, op dit gebied een voorsprong. De vraag is daarom ook hoe, juist in de geest van het evangelie, polarisering en haat kunnen worden verminderd in plaats van vergroot, en wat dit betekent voor de omgang met de suggestieve ideologische elementen van de ‘Russische Wereld’.

Lees hier de volledige tekst van de verklaring
Fotografie: ©CEC/Kinga Majewska
Auteur
-
Hoofdredacteur 'Platform Oosters Christendom’ en directeur IvOC. Alfons is historicus en religiewetenschapper met speciale interesse in de oosters-christelijke kerkgeschiedenis. Hij richt zich met name op de sociale leer van het oosterse christendom en mensenrechten.
Bekijk Berichten







