Portret: Metropoliet Ioannis Zizioulas, een groot, betrokken theoloog (1931- 2023)

“Wanneer iemand sterft, wordt er een tijdperk afgesloten”, zo valt dikwijls te horen. Maar bij metropoliet Ioannis Zizioulas denk ik eerder dat hij een nieuw theologisch tijdperk heeft ingeluid. Of tenminste dat hij de kans daarop heeft vergroot en een richting heeft gewezen. Op het feest van ‘De opdracht van de Heer in de tempel’ op 2 februari, door de Grieken Hypapante (Ontmoeting), genoemd, stierf hij om binnen te gaan in de toekomst van waaruit hij heeft geleefd en getheologiseerd. Remembering the Future is de titel van wat zijn laatste boek had moeten worden, maar dat nog niet verschenen is.

In dialoog met de ander

In onze westers theologische wereld heeft Zizioulas als Grieks-orthodox theoloog een nieuw type van theologiseren binnengebracht. Hij sprak en schreef vanuit een oorspronkelijke en dus creatieve visie, enerzijds diep geworteld in de kerkelijke traditie, vooral die van de kerkvaders, en anderzijds uitermate betrokken op de problemen van de huidige wereld. Zijn werkplek was niet alleen de stilte van de studeerkamer – die natuurlijk ook, want hoe zou hij anders fundamentele inzichten hebben kunnen laten rijpen en de worsteling hebben kunnen aangaan om ze te verwoorden. Hij verbleef  veelvuldig in conferentieoorden, zoals die van de Wereldraad van Kerken, waar hij jarenlang de woordvoerder was namens de orthodoxie. Ten dienste van het Oecumenische Patriarchaat van Constantinopel nam hij deel aan gesprekken met biologen, natuurkundigen en andere belanghebbenden over onder andere de milieucrisis. Voor hun inzichten, zoals bijvoorbeeld de evolutietheorie, was hij niet bang; integendeel, theologie en wetenschap hebben elkaar nodig als het om het heil en dus het leven van mens en wereld gaat, zij moeten elkaar bevragen en bevruchten, meende hij. Altijd ging hij naar de kern, niet zelden kritisch en polemisch, want het gaat in de theologie niet om welzijn of troost. Theologiseren is feitelijk een zaak op leven en dood.

Ook de collegezaal was hem, als hoogleraar, vertrouwd. Hij wist er aan orthodoxe, rooms-katholieke en anglicaanse studenten complexe materie, zoals de grote dogma’s van de vroege Kerk, eenvoudig uit te leggen en bracht de existentiële betekenis ervan aan het licht. En dan was er nog het oecumenisch overleg met de Anglicanen en met de Romeinse Curie, waar hij onder meer samen met kardinaal Willebrands werkte aan wederzijdse eucharistische gastvrijheid, waarin zij overigens niet geslaagd zijn. Dit verhinderde hem niet om met Rome in gesprek te blijven. Zo heeft Paus Franciscus hem betrokken bij de voorbereiding van zijn encycliek Laudato Si en ook in de documenten van het Synodaal proces is de invloed van Zizioulas onmiskenbaar aanwezig.

Altijd weer bereid tot ontmoeting moet hij veel gereisd hebben. Daar, waar hij zelf gevoed werd, van waaruit alles voortkwam wat hij te zeggen had en waarmee hij alle mogelijke onderwerpen altijd weer in relatie bracht, zijn thuis, was de eucharistie, de goddelijke liturgie. Daaruit ontstaat immers voortdurend de Kerk. Hij was met heel zijn wezen een kerkelijke mens. In 1986 werd hij tot bisschop gewijd, metropoliet van Pergamon.

Een ware theoloog

Het centrale thema van zijn denken is het persoon-zijn van God en van de mens en het relationeel-zijn van al wat is. Vrijheid en liefde zijn hierin kernbegrippen. Ze staan niet tegen over elkaar en ze beperken elkaar niet, maar ware vrijheid wordt gekenmerkt door liefde en liefde kan alleen maar bestaan in vrijheid. Dikwijls valt Zizioulas met de deur in huis; hoe moeilijk zijn tekst ook kan zijn, het is ‘spannende’ en existentiële lectuur. De hersens moeten hard werken en het hart wordt verwarmd. Zijn geschriften zijn diep theologisch – een echte theoloog noemde men hem en de Franse theoloog en Dominicaan, Yves Congar (1904-1995) zag hem al in 1985 als een van de origineelste en meest diepgaande theologen van onze tijd. Geen vermenging met psychologie of moraal, niet vertrekkend uit menselijke modellen, maar vertrekkend vanuit wat ons te zien gegeven wordt in de heilige Drie-eenheid.

Zijn oeuvre is, vergeleken met andere grote theologen, klein te noemen. De meeste van zijn boeken zijn geredigeerd door anderen. Het zijn verzamelingen van artikelen en bijdragen uit verschillende jaren rond een bepaald thema, zoals Gemeenschap en andersheid, aangevuld met hoofdstukken die speciaal voor het betreffende boek zijn geschreven, altijd in dialoog, antwoordend op vragen die hem stimuleerden zijn wijsheid en zijn denken te delen met vakgenoten in meerdere taalgebieden ten bate van de moderne zoekende en geseculariseerde mens. Ook zijn boeken zijn dus in dialoog met en met behulp van anderen ontstaan. Dat zou gefragmenteerd werk hebben kunnen opleveren, stukjes van een puzzel zonder synthese. Eenheid is er volgens mij wel, maar die gaat uiteindelijk aan alle denken vooraf en is niet door onze menselijke ratio te vatten en vast te leggen in een alomvattend systeem of afgeronde theorie. Er is een grens aan ons denken. Die is voelbaar aan de wijze waarop Zizioulas theologiseert, hij bewijst daarmee hoezeer hij een zoon van de orthodoxie is, al heeft het hem niet ontbroken aan kritiek juist ook van de kant van mede-orthodoxen. De coherentie in zijn werk is er door de samenhang in zijn visie op de relatie tussen God en de schepping, God en de mens en de mens en de schepping. Zijn Kerk- en mensvisie blijven steeds stevig gefundeerd op de grote dogma’s van Triniteit en christologie: alles komt samen in het mysterie van de Drie-eenheid en de menswording van Christus. Vanuit dat stralend centrum valt er op alles licht. Wel kan de lezer zich aanvankelijk ontregeld en in verwarring gebracht voelen: pas gaandeweg in steeds wisselende contexten worden de contouren helderder van wat hij bijvoorbeeld onder persoon-zijn verstaat. Je moet geduld hebben, maar voelbaar is dat er in deze teksten iets gebeurt, alsof er iets opengaat, alsof er iets van een inwijding in een andere leef- en denkwereld plaats heeft. Oude geloofswaarheden komen in een nieuw licht te staan, ze blijken zin te geven aan de meest fundamentele en meest actuele bestaansvragen.

Existentieel en universeel

Zijn theologie is een betrokken, existentiële theologie. Die is rationeel, zeker, en vraagt denkkracht. Maar hij vindt het wezen van het mens-zijn niet in rationaliteit, maar in zijn vrijheid zichzelf te overstijgen, te wonen in de persoon van de A/ander en deze Ander in de eigen persoon op te nemen. De meest bepalende relatie van de mens is God en de rest van de schepping. Dat wij deze relaties niet als bepalend beschouwen voor wie wij zijn, maar dat wij onze identiteit zoeken in het individuele ‘zelf’ is voor Zizioulas de oerzonde, bron van alle vervreemding en zo ook de wortel van de milieucrisis. In dit alles klinkt welhaast profetische urgentie door: niet slechts de redding van de individuele mens staat op het spel, maar het heil van heel de wereld en heel de kosmos. Tegelijkertijd benadrukt de metropoliet het alomvattende christelijke perspectief: niet alleen de menselijke ziel zal voor eeuwig leven in gemeenschap met God – door de orthodoxie theosis (vergoddelijking) genoemd – maar heel de geschapen, materiële wereld zal in het koninkrijk van God getransfigureerd worden, lichaam van Christus worden, bevrijd zijn van alle dood.

Vanuit dit visioen heeft Ioannis Zizioulas geleefd en gewerkt. Moge hij de volle werkelijkheid ervan nu zijn binnengegaan en het loon ontvangen voor zijn werk dat hij zelf steevast betitelde als zijn bescheiden bijdrage.

Auteur

Deze website maakt gebruik van cookies om inzicht te krijgen in websiteverkeer en gebruikers van de website.