De grootsheid van de mensheid in het aangezicht van Jezus Christus

Een orthodoxe commentaar  op Magnifica Humanitas van paus Leo XIV

Op 25 mei 2026 voegde paus Leo XIV met Magnifica Humanitas officieel zijn stem toe aan de sociale leer van de Rooms-Katholieke Kerk. In vijf hoofdstukken en 245 paragrafen richt de encycliek zich op de uitdaging van kunstmatige intelligentie (AI) en de daarmee samenhangende maatschappelijke ontwikkelingen. Zij roept alle ‘gelovigen’ op om ‘in het aangezicht van de Zoon van God de grootsheid van de mensheid, die ook licht werpt op het tijdperk van AI, te overwegen’ (233).

Een orthodoxe stem in het AI-debat

De Orthodoxe Kerk zou, in haar hiërarchen, priesters, wetenschappers en beroepsbeoefenaars, aan die oproep gehoor moeten geven en haar stem aan dit belangrijke gesprek moeten toevoegen. Ook wij zouden gestalte moeten geven aan het Bijbelse beeld van Nehemia, dat Leo tegenover Babel plaatst: ieder vrij zijn eigen talenten bijdragend aan de herbouw van Jeruzalem, ten dienste van de armen en tot eer van God. Tegelijk moeten we ieder project afwijzen “dat zonder verwijzing naar God is opgezet, steunt op een uniformiteit die verscheidenheid uitwist en kiest voor homogenisering in plaats van gemeenschap” (7). Orthodoxe christenen moeten hun eigen inzichten en bijdragen leveren aan het beginsel van katholiciteit, een positieve dialoog met de economische wetenschap en het sociale karakter van de ascese, terwijl wij ons bezighouden met AI en andere nieuwe uitdagingen van deze tijd.

In hoofdstuk 2 geeft Leo een beknopte maar grondige samenvatting van de rooms-katholieke sociale leer. Daarbij behandelt hij onder meer het beeld van God, de menselijke waardigheid en mensenrechten, het gemeenschappelijk goed, privébezit, subsidiariteit, solidariteit en sociale rechtvaardigheid. Vervolgens onderzoekt hij AI en de maatschappelijke gevolgen ervan. Iedereen zou zijn zorgvuldige constatering moeten onderschrijven dat “technologie op zichzelf geen oplossing vormt voor de problemen van de mensheid, net zoals zij niet van nature kwaad is” (9). Zoals de heilige Basilius de Grote het uitdrukte: “Gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede, aanzien en verachting […] zijn niet van nature goed; maar voor zover zij de levensstroom op enigerlei wijze gemakkelijker doen verlopen, verdient in alle gevallen het eerste de voorkeur.”

Alleen gerechtigheid en deugd zijn goed; alleen zonde is kwaad; al het overige is op zichzelf onverschillig. Toch beschouwden kerkvaders als de heilige Basilius zulke onverschillige zaken niet als volledig neutraal: sommige konden de voorkeur verdienen, andere niet. Leo maakt over technologie een vergelijkbaar punt: “In de praktijk […] is technologie nooit neutraal” (9). Hij wijst op de omgeving waarin AI functioneert en op de parameters waardoor zij wordt aangestuurd. Deze kunnen volgens hem uitgroeien tot “structuren van zonde” die de kwetsbaarste mensen schaden en uitsluiten.

Technologie in dienst van gemeenschap

Hier kunnen wij als orthodoxen een bijdrage leveren: katholiciteit. “Openheid voor de waarheid”, schrijft Leo, “die tegelijkertijd één en veelvormig is, brengt de katholiciteit van de Kerk diepgaand tot uitdrukking. Zij omvat immers de gehele menselijke familie, maar is ook geworteld in de concrete omstandigheden van volken en culturen” (26). Katholiciteit is de liefdevolle gemeenschap van mensen die samenwerken “om de muren van broederlijk samenleven te herbouwen”. Dit kan worden vergeleken met de orthodoxe filosoof S.L. Frank, die over hetzelfde thema sprak in termen van sobornost’ (het Russische woord voor ‘katholiciteit’). “Alles wat in de menselijke samenleving mechanisch, van buitenaf opgelegd en geüniformeerd is,” schrijft Frank, “is slechts de uiterlijke uitdrukking van de innerlijke eenheid en gevormdheid van de samenleving, dat wil zeggen van haar sobornost’.”

Hoewel Leo later op de katholiciteit terugkomt, wijst Frank op een belangrijke dynamiek die duidelijker naar voren had kunnen komen. Al onze gemeenschappen hebben een dubbel karakter: innerlijk en uiterlijk, spontaan en gepland. Wanneer een van beide aspecten ten koste van het andere wordt benadrukt, leidt dit tot utopisme of tot “structuren van zonde”, zoals bij Babel. Het uiterlijke, technologische of “mechanische” aspect van het maatschappelijke leven is echter niet uit zichzelf zondig.

Franks belangrijkste inzicht in dit verband betreft het vrije of “spontane” karakter van de katholiciteit. “Alles wat in een samenleving algemeen wordt aanvaard,” schrijft hij, “zoals zeden, gewoonten, modes, zelfs het recht […] en de prijs van goederen […] bestaat zonder een bijzonder contract of een bijzondere overeenkomst, ontstaat op de een of andere manier ‘spontaan’ en niet als een bewust gesteld doel van de algemene wil.” Frank vereenzelvigt deze spontane innerlijke kern van het maatschappelijke leven ook met de “Godmenselijkheid”: “de immanente aanwezigheid van goddelijke krachten, van de energie van het goddelijke wezen, in de schepping zelf”, en in het bijzonder in de mensheid.

Zoals wij geroepen zijn om met de goddelijke energieën samen te werken, en zoals de ziel het lichaam leven geeft, zo zou ook de katholiciteit, gegrondvest in de Menswording, het levengevende beginsel van de samenleving moeten zijn. Dat betekent echter niet dat onze menselijkheid of onze lichamen onbelangrijk zijn. Zo meent Frank ook dat de vrijheid van de sobornost’ in harmonie moet worden gebracht met de solidariteit van uiterlijke planning, volgens het beginsel van wederzijdse dienstbaarheid.

Deze vertrouwdheid met spontane processen zou ons ertoe moeten brengen de economische wetenschap positiever te benaderen. Leo maakt weliswaar duidelijk dat hij wetenschappelijke deskundigheid niet terzijde wil schuiven, maar juist wil integreren (23). Toch zijn er twee punten waarop Franks orthodoxe perspectief een nuttige aanvulling zou kunnen bieden.

Ten eerste schrijft Leo dat het “in het tijdperk van AI en robotica niet langer mogelijk is uitsluitend te vertrouwen op de ‘onzichtbare hand’ van de markt” (163). Hoewel sommige anarchokapitalisten misschien zo’n standpunt verdedigen, gaat het uiteindelijk om een stropopredenering: een onjuiste interpretatie van Adam Smith, die de uitdrukking introduceerde, en van echte economen die door zijn inzichten zijn geïnspireerd, ongeacht hun politieke voorkeuren. Smith schreef: “Wanneer wij door natuurlijke beginselen ertoe worden gebracht doelen te bevorderen die een verfijnde en verlichte rede ons zou aanbevelen, zijn wij zeer geneigd die gevoelens en handelingen waarmee wij deze doelen bevorderen toe te schrijven aan die rede als hun werkzame oorzaak, en ons te verbeelden dat menselijke wijsheid is wat in werkelijkheid de wijsheid van God is.”

Net als Frank zag Smith goddelijke wijsheid in deze maatschappelijk positieve spontaniteit. Tegelijk hield hij, net als Leo, vast aan de noodzaak van rechtvaardige wetten en een morele cultuur. Waardering voor de “onzichtbare hand” van de markt vereist dus niet dat men de positieve rol van het recht, de moraal of de religie ontkent. Deze kunnen elkaar aanvullen, zoals Frank voor ogen had. Leo heeft gelijk wanneer hij stelt dat nieuwe technologie moet worden gereguleerd zonder het ondernemersinitiatief te “verstikken” (181), maar wij hoeven niet bang te zijn voor een lichtere hand van regelgevers bij het sturen ervan in de richting van het algemeen belang.

Wanneer wij Leo’s eigen redenering volgen, zou een te zware hand van technocraten juist neerkomen op de bouw van Babel, en niet op de herbouw van Jeruzalem. Als iemand die zijn hele leven in Michigan heeft gewoond, kan ik niet anders dan sceptisch staan tegenover Leo’s waardering voor samenwerking tussen overheid, vakbonden en het bedrijfsleven (155). Juist zulke publiek-private verstrengeling leidde uiteindelijk tot de uitholling van Motown (een bekend platenlabel uit Michigan, red.), uit angst voor vrije concurrentie uit Japan in de jaren tachtig.

Ten tweede herhaalt Leo ter rechtvaardiging van deze onjuiste voorstelling van de “onzichtbare hand” een veelgehoorde bewering: “Hoewel de rijkdom van de wereld in absolute termen is toegenomen, raakt zij steeds meer geconcentreerd in de handen van een kleiner aantal mensen, waardoor de ongelijkheid zowel binnen als tussen landen groeit” (161). Gelukkig is dit feitelijk onjuist. Volgens het project Our World in Data van Oxford neemt de ongelijkheid binnen sommige landen weliswaar toe, maar “is zij binnen veel landen afgenomen of stabiel gebleven. Ook de mondiale ongelijkheid neemt, na twee eeuwen van groei, inmiddels af.” Daarbij is het belangrijk dat dit niet komt doordat de rijken armer zijn geworden, maar doordat een deel van de ernstigste armoede ter wereld is teruggedrongen.

Dit toont in feite iets aan wat Leo terecht prijst (79, 162). Zorg voor de armsten betekent niet uitsluitend herverdeling of hulpverlening, maar ook gelijkwaardige integratie in de wereldeconomie, en mensen in staat stellen door hun eigen arbeid vermogen op te bouwen. Dat doet niets af aan Leo’s waarschuwing dat er meer transparantie en verantwoordingsplicht nodig zijn binnen de toeleveringsketens en infrastructuren van nieuwe technologieën. Het suggereert echter wel dat AI wellicht meer potentie heeft als een “te verkiezen onverschillige zaak” dan de gangbare misvatting over mondiale ongelijkheid ons doet geloven.

Bron: JSkourr, WikiMedia Commons

Ascese als antwoord op AI

Ten slotte kunnen wij ons afvragen wat onze orthodoxe ascetische traditie kan bijdragen. Leo spreekt over het belang van “martelaren van het dagelijks leven” (125) bij het ontwikkelen van de deugd die nodig is om AI de juiste plaats te geven. AI kan door mensen moreel worden aangestuurd, maar kan nooit werkelijke morele oordelen vormen (103), en evenmin goedheid of deugd in haar hart bezitten (het heeft immers geen hart). Alleen mensen zijn daartoe in staat. In een wereld waarin de macht van het kwaad nieuwe technologieën zoals AI voor catastrofale doeleinden dreigt te gebruiken, vormt Leo’s waardering voor de “alledaagse” ascese een fundament waarop wij als orthodoxen een eigen bijdrage kunnen leveren aan de herbouw van Jeruzalem.

“Het kwaad,” schreef Frank, “wordt vernietigd door het scheppen van het goede. En het goede wordt alleen geschapen door geestelijke arbeid en door de verwezenlijking van die arbeid: de liefdevolle vereniging van mensen […]. Stil en onmerkbaar, buiten het lawaai, de ijdelheid en de strijd van het maatschappelijke leven om, groeit het goede in de zielen van mensen. Niets kan dit diepgaande organische proces vervangen, dat door bovenmenselijke krachten wordt voortgebracht.” Niet alleen Frank, maar ook Vladimir Solovjov, Vader Sergej Boelgakov, Vader Alexander Schmemann en anderen hebben voortdurend het maatschappelijke belang benadrukt van sterven en verrijzen met Christus door ascese, met het oog op de ontwikkeling van katholiciteit — “de liefdevolle vereniging van mensen” — in alle aspecten van ons leven.

In een tijd waarin wij tegen onze technologie kunnen spreken en deze zal proberen de verlangens van ons hart te vervullen, moeten wij weten hoe wij die verlangens kunnen disciplineren. Daarom verdient Leo waardering omdat hij zijn lezers wijst op de blijvende bron van alle goedheid te midden van de “nieuwe dingen” van ieder tijdperk: de “grootsheid van de mensheid” in het aangezicht van Jezus Christus.

Deze tekst van dr. Dylan Pahman verscheen oorspronkelijk in het Engels op de website Public Orthodoxy: https://publicorthodoxy.org/2026/07/03/the-grandeur-of-humanity-in-the-face-of-jesus-christ/. Vertaling, beeld en redactie: Jochem Commissaris.

Over de auteur:

Dylan Pahman, PhD, is voorzitter van het St. Nicholas Cabasilas Institute for Orthodoxy & Liberty en onderzoeker bij het Acton Institute. Dylan is auteur van The Kingdom of God and the Common Good (Ancient Faith, 2025) en Foundations of a Free & Flourishing Society (Acton, 2017). Samen met John C. Pinheiro is hij tevens mederedacteur van The Christian Roots of American Liberty (Acton, 2026), een bronnenboek dat de christelijke voorgeschiedenis van de Amerikaanse grondbeginselen in kaart brengt aan de hand van de antieke, middeleeuwse en vroegmoderne wereld.

Auteur

Deze website maakt gebruik van cookies om inzicht te krijgen in websiteverkeer en gebruikers van de website.